De engelen Gods - pagina 223
219
satan's afval.
op de geAvichtige beteekenis van dat eigenaardige verschijn-
te letten
noemen.
onze leerstellige geschriften uit vroeger
In
verheeldmg
de
den
bijna
mensch, wordt
Noch
gerekend.
niet
den mensch noch
van
val
werking van
redelijk creatuur, dat w^e de
het
in
sel
wordt met
de engelen noch
bij
bij
de beschrijving van den gevallen
bij
van die
in deze schriften
zijn verheeldhuj tijd
melding gemaakt.
verheeldhirf
Hieruit volgt natuurlijk geenszins dat de schrijvers ervan het bestaan
van
de
dat
ze
de
haar
in
verbeelding
Onze vaderen
uitgewerkt. ken,
mensch of engel ontkend hebben, maar
in
verbeeldituj
de
alleen
beteekenis niet hebben
eigenaardige
hebben, op het voetspoor der Scholastie-
eenvoudig onder het verstand begrepen, en onder
verbeelding
den naam van verstand, als tegen den wil overstaande, alles saamgevat
wat
tot
wereld
van
leven
gedachten
der
ons
behoort,
ongetwijfeld
is
verbeelding
bewustzijn, en in zoover tot de juist,
en de Schrift
dan ook, gelijk we zagen, gedurig het denkbeeld van »in-
verwisselt
beelding
met het begrip
verbeelding",
of
gedachten lijkheid
het
tot
Dat nu de
van ons bewustzijn behoort.
leven
het
metterdaad
De beeldspraak
des harten".
om
in
van
»het gedichtsel der
de taal, en de noodzake-
de nuchterste en meest afgetrokken gedachten door
zelfs
beelden op te helderen, strekt overigens ten bewijze, dat te volstrekte afscheiding tusschen het gebied van ons los-isch denken en van onze
dichtende
verbeelding
geen
aan
gemaakt mag worden.
niet
onderhevig,
twijfel
Zooveel echter
is
dat de verbeelding ook een eigen sfeer
van werkzaamheid kent, en dat ze in deze eigen sfeer van werkzaamheid aan o-eheel andere wetten gehoorzaamt dan die ons denkend ver-
stand
logische denkverrichtingen
eigen
bij
we
derscheiden
De wetenschap
door
practiseh, is
Beide sferen on-
volgt.
spreken van wetenschap en
te
klinkt.
de sfeer van ons denkend verstand, de kunst spint
op uit de verbeelding.
Nu
het
ligt
heerlijke
en engel in staat alleen
spreekt
Godes
is,
niet
van
slechts resultaten^;
men
niet
der
verbeelding juist hierin, dat ze
om tot op zekere hoogte w. om te scheppen. Zelfs
stelt, t.
de
mensch
doen wat anders
het
spraakgebruik
schepping der wetenschap; de wetenschap geeft
maar wel van de
verkeerd.
te
Werkelijk,
schepping^'n der
waarlijk,
Icinn^f.
wezenlijk
Dit versta
scheppen
kan
is Te kunnen het daarom iets, dat buiten het creatuur valt. Dat komt aan creatuur niet toe. Om te kunnen scheppen moet wie scheppen zal God zijn. Intusschen is de mensch naar den beelde Gods geschai)en
alleen
en
in
beeld,
God,
omdat
zooverre rlie
in
Hij
moest zijn
de
ook
Schepper
schepp»^n
is.
die eigenaardige trek van het Goddelijk
sclu']ipingsnific]it
bestond,
in
deii
nienscb Avorden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's