Het Calvinisme - pagina 141
HET CALVINISME EN DE KUNST de aandrift, de bezieling ten leven buiten
Van
137
God zou gezocht hebben.
het schamper verwijt, alsof in het niet scheppen van een eigen
voor het Calvinisme een vernietigend bewijs van geestelijke armoede zou liggen, blijkt alzoo de schaduw zelfs niet over te blijven. Zulk een kunststijl had alleen onder de auspiciën van zijn kunststijl
kunnen opkomen, en het was juist dit religieus omdat het tot een hoogere trap was opgeklommen,
religieus beginsel
beginsel, dat,
het staan naar symbolische uitdrukking der Religie schoone èn afsneed èn verbood.
in het zinlijk
Het vraagstuk, en hiermede kom ik tot het tweede punt, waarvoor uw aandacht vraag, moet dan ook heel anders gesteld. De vraag is niet of het Calvinisme schiep wat het, op zijn hooger standpunt, niet meer mocht scheppen, een eigen kunststijl, maar heel anders: wat uit zijn beginsel voor het wezen van de kunst voortvloeit. Is er m.a.w. in de levens- en wereldbeschouwing van het Calvinisme voor de kunst plaats en zoo ja, welke plaats? Staat zijn beginsel vijandig tegen het wezen der kunst over, of wel, zou ook volgens het Calvinistisch beginsel een wereld zonder kunst een ideëele levenssfeer armer zijn? Niet van het /n/sbruik, maar van het gebruik der kunst handel ik hier. Elk levensgebied heeft de voor dit gebied gestelde grenzen te eerbiedigen. Inbreuk op ander terrein blijft steeds ongeoorloofd, en dan eerst gedijt ons menschelijk leven in hoogere harmonie, als de ontwikkeling van al onze levensfunctiën een evenredige is. De logica van het hoofd mag niet spotten met het gevoel van het hart, noch ook de zin voor het schoone het zwijgen opleggen aan de inspraak der consciëntie. De Religie zelve, hoe heilig ook, moet binnen haar perken teruggedrongen, zoodra ze in bijgeloof, waanzin of dweepzucht de haar gestelde grenzen overschrijdt. Hypertrophie van het hoofd bij atrophie van het hart geeft kranke ontwikkeling; en zoo ook loopt te volbloedige kunstzin, die de consciëntie in bloedarmoede doet verbleeken, op een onschoone disharmonie uit die ons het -^lulonuyu&óg doet ontglippen. Dat derhalve óók het Calvinisme tegen het drijven van een onheilig spel met vrouweneer en vrouwenschaamte in verzet kwam, en onzedelijk kunstgenot als kunstverlaging gebrandmerkt heeft, valt hier geheel buiten onze beschouwing. Dit alles strekte tot wraking van het misbruik, en beslist voor het wettig gebruik niets. Dat daarentegen ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's