"Ons program" - pagina 134
DE GRONDWET.
118
om
onverkort en onverlet ons recht laten,
wel
dus
maken van
gebruik te
de constitutioneele middelen, ons door die Grondwet zelve geboden
om haar
slotartikelen te gelegener tijd in toepassing te brengen.
De
§ 80.
Grondw^etj niet haar interpretatie bezworen.
Ten tweede. Men bezweert de Grondwet, Ook op
den eed afleggen, omdat
van
veelzeggend artikel
dit
aan
Zelfs
ook afgezien van
hij,
met goede
zijn recht
om
consciëntie
tot herziening
raeê te werken, in niets en door niets gehouden
artikel
dit
niet een interpretatie ervan.
194 kan daarom een antirevolutionair
art.
de
wat de
te lezen,
historische
is,
om
in
liberaal er in legt.
interpretatie,
men
gelijk
die gemeenlijk opvat,
bindt ons onze eed niet.
Immers, het leveren van een historische zeker
in
verslag,
rekening
houden met den
te
interpretatie, die afgaat op
of zeker
rede,
geest,
vlugschrift
waarin ze goed
is
is
wat
gezegd, zonder
gestemd, ook door
onzekere stem, zonder wier medewerking ze intusschen nooit wet was
die
geworden, de
is,
historie
zoo
om
ons het recht niet wel kan betwist worden,
gangbare
de
historische
het
Haar
En der
ten
goede
tevens veroorloven,
van eedzwering ons liever wat óns waar dunkt
We
derde.
staan niet diametraal tegen het beginsel
over.
positie is een geheel andere
den
we ons
beg'insel nog* ten deele antirevolutionair.
Voor ons bestaat door
tegen-
dan wat steeds afstuitte op ons protest.
Grondwet
Onze
om
eveneens, ja in strengeren zin nog, ónze
over te stellen, zullen
oogenblik
plechtig
§ 81.
interpretatie,
interpretatie
te herinneren,
mazen van het net
dat de
er eenigen eed in te vangen.
Althans zoolang over
geen historievervalsching, dan toch een schrijven van
al
met zoo aanmerkelijke lacunes,
worden
te wijd
in
zekere
of
Syllabus
er in
staatsrechtelijke
geen
dan die van Rome.
Syllabus, Grondwet
onze
gedachte,
in
is
strijd
en
meer dan één
afgekeurd,
met
dien
artikel dat
wordt door ons,
Syllabus
als
beleden
en verdedigd.
Hóe nu onze Roomsche
staatslieden
met hun eed op de Grondwet Ook
doorzien.
niet
indien
hun trouv/ aan den
Syllabus
rijmen, verklaren ook wij nog niet te
we aan
kunnen
het negatief karakter van dit Pauselijk
actestuk volle recht doen weêrvaren. Zelfs
zouden we,
waar zou
zijn,
voor
wat ons aangaat, meenen, dat onze eed min
indien we, houdende
wat de
Syllabus
houdt, niettemin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's