Het Calvinisme - pagina 58
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
54
geestelijke orde, die de leeken magisch bewerkt. Er zijn dan geloovige belijdende personen, die zich krachtens den sociologischen drang van alle religie vereenigen, en in onderworpenheid aan Christus als hun Koning daarboven, pogen saam te leven. Dat is op aarde de kerk. Niet het gebouw. Niet de instelling. Niet een geestelijke stand. De kQrkz\\nvoorQ2\v\\n de belijdende personen zelven, alleen maar niet elk op zich zelf, maar allen saam vereenigd; en vereenigd niet naar eigen goedvinden, maar naar de ordinantiën van Christus. Het algemeene priesterschap der geloovigen op aarde gerealiseerd. Verstaat mij wel. 'k Zeg niet vrome personen groepsgewijs voor religieuse doeleinden zich vereenigend. Dat zou op zich zelf nog niets met de kerk gemeen hebben. De wezenlijke, hemelsche, onzichtbare kerk moet inde aardsche kerk doorschemeren en uitkomen zoo niet, dan hebt ge wel een vereeniging, maar geen kerk. De wezenlijke kerk is het lichaam van Christus, waarvan de herboren personen leden zijn. En daarom kan die kerk op aarde niet anders bestaan dan uit de in Christus ingelijfden, die onder Hem buigen, bij zijn Woord leven, en zich houden aanzijn ordinantiën, en daarom een kerk het Woord predikende, het Sacrament bedienende, de Tucht oefenende; in alles staande voor het aangezichte Gods. Dit bepaalt tevens de regeering dezer kerk op aarde. Die regeering gaat van den hemel, van den Christus uit. Hij regeert zijn kerk door het Woord dat Hij haar gaf en door den Heiligen Geest, die in haar leden werkt. En voorts is er van hoogheid onder de geloovigen geen sprake. Er zijn alleen Dienaren, die dienen, leiden, regelen. Een in hart en nieren presbyteriaansch regiment. Of de gemeente, de macht door Christus in haar gelegd,in de dienaren opkomende, en aan haar door broederen bediend. Monarchaal is Christus' Koningschap, maar de regeering der kerk op aarde democratisch in merg en been. Dus ook niet de ééne plaatselijke kerk over de andere kerk heerschappij voerende, maar alle kerken gelijk in rang en niet dan confederatief in synodaal verband aaneengesloten. Doch hiermede is dan ook de differentieering der kerken, en zoo ook haar verschil in zuiverheid, vanzelf gegeven. Is de kerk een genade-instituut, dat door een hiërarchisch priesterdom den schat uitdeelt, dan drukt die hiërarchie onder alle natie en volk op alle kerkelijke leven eenzelfden stempel. Maar is de kerk de vergadering der geloovigen, komen de kerken uit de personen der belijders op, om zich zoo eerst door confederatie tot eenheid
mystieke niets
:
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's