Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 132
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
van dagen, dat is elke vrije en dienstbare, die eerst zichzelf wou handhaven, en dacht „Zóó is het goed, Jeztm de worm en ik de man'" en over wie toen de Heilige Greest is gekomen, om dat booze hooge hart te kneiizen, te slaan, te breken tot het eindelijk zichzelf als een arm wormpke kennen leerde, en nu, zelf in het stof des doods nederliggend, het aan den eenig Dierbare gewonnen gaf en uitriep; „Ik, de worm door Grods genade, en hij, hij alleen DE Man." :
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's