Het Calvinisme - pagina 83
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE en
ons volk,
Hij
dat
in
79
ons en ons huis, mocht zegenen.
volle
over de Souvereiniteit in den Staat; komen we thans de Souvereiniteit in eigen kring. Hieronder wordt van Calvinistische zijde verstaan, dat het huisgezin, het bedrijf, de wetenschap, de kunst, en zooveel meer, maatschappelijke kringen vormen, die niet aan den Staat hun aanzijn danken, noch ook aan de hoogheid van den Staat hun levenswet ontleenen, maar gehoorzamen aan een hoog gezag in eigen boezem, dat evenals de Staatssouve-
Zooveel
tot
heerscht
reiniteit
bij
de
Maatschappij
en
Staat
De
Gods.
gratie is
hierbij
in
het
tegenstelling spel,
bepaling, dat die Maatschappij niet als
nadere
tusschen
maar onder deze mengelmoes worde
genomen, maar ontleed in hare organische deelen, om in elk dier deelen het hun toekomend zelfstandig karakter te eeren. In dat karakter
zelfstandig
gezag moge
in
openbaart zich noodzakelijkerwijs gezag. Dit kringen met trappen opklimmen,
onderscheidene
den vorm aan van een hoogste gezag in dien kring. En dat hoogste gezag nu bestempelen we opzettelijk met den naam van souvereiniteit in eigen kring, om scherp en beslist uit te drukken, dat dit hoogste gezag in eiken kring niets dan God boven zich heeft, en dat de Staat zich hier niet tusschen kan schuiven en hier niet uit eigen macht heeft te bevelen. Gelijk ge aanstonds gevoelt, het diep ingrijpend vraagstuk van onze Burger-
maar neemt
ten
slotte toch
Vrijheden.
lijke
Hierbij
verschil
nu in
is
het
het
oog
van te
het
uiterste
vatten
gewicht, scherp het graad-
tusschen het organische leven der
en het mechanisch karakter der Overheid, waarop ik herhaaldelijk wees, maar dat hier breeder moet toegelicht.
maatschappij,
reeds Al alle
wat onder menschen regelrecht uit de schepping opkomt, bezit gegevens voor eigen ontwikkeling in de menschelijke natuur
als zoodanig. Ge doorziet dit terstond aan het huisgezin en het verband van bloed- en aanverwanten. Uit de tweeheid van man en vrouw komt het huwelijk op. Uit het eerst voorkomen van één man
en ééne vrouw de monogamie. Uit het ingeschapen voorttelingsvermogen komen de kinderen voort. De kinderen bestaan elkander vanzelf als broeders en zusters. En als straks die kinderen op hun beurt huwen, ontstaan even vanzelf al die betrekkingen van bloeden
aanverwantschap
die
geheel
het
familieleven beheerschen.
In
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's