Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 45
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„KUNT
GIJ NIET
ÉÉN UUR MET MIJ WAKEN?"
37
En ziehier nu de tegenstelling De martelaar scheidt zich van de meiischheid af, om zich als een offerande Gode op zijn altaar toe te keeren, maar uw Jezus gaat vloek en dood tegen in de nauwste en innigste verbinding juist met onze menschelijl-e ncdviir. :
De martelaar overwint door den band met zijn menschelijke natuur in den moed des geloofs te verbreken. Zijn moeder, zijn vrouw, zijn kind, hij snijdt het alles van zijn hart af. Uw Jezus daarentegen kan uw Heiland niet zijn, of hij moet tot in de diepte van vloek en dood Jat menschelijl-e juist met zich dragen. De martelaar sterft voor Jezus, maar uw Jezus sterft, om de zonde der wereld te dragen. Hij kan, hij mag, wat des menschen is, niet aan den ingang van Grethsémané achterlaten. Hij moet het met zich nemen. Hij moet het uit Grethsémané, over Grabbatha, naar Grolgotha dragen. Hij kan onze menschelijke natuur, en, in de aankleving aan die natuur, onze zonde, geen oogenblik loslaten, of hij houdt op onze Heiland te zijn. Jezus zit, als we ons eerbiediglij k zoo mogen uitdi'ukken, aan de gevallen menschheid vast, en moet den zondaar, met wiens leven zijn eigen leven dooreengestrengeld is, heel den langen lijdensweg met zich sleepen. Als Jezus zich in zijn lijden en sterven zóó tot zijn God had opgeheven, dat hij ons verloren had, dan waren we ook verloren geweest. En dan alleen kon hij onze Eedder, onze Gotd, onze Heiland zijn, zoo hij, door vloek en dood henen, ons bij zich hield, ons met zich droeg en zoo onze zonde torste. En dat nu deed hij niet in de gedachte, niet in de voorstelling,
maar
in de realiteit.
Hier was niet het Woord
als
woord, maar het
Woord
rleesch-
geicorden.
Het raadsel lag in zijn aanneming, niet van ons beeld, noch van onze gedachtenwereld, maar in de aanneming van onze mennatmir. die menschelijke natuur, die hij zelf aannam, omklemde hij ons in onze zonde. En daarom moest én vloek én dood in die menschelijke natuur, en in al de diepte van die menschelijke natuur, geleden worden.
schelij/t'e
Door
De martelaar snijdt moest juist én lijdend, verzinken.
zijn
én
menschelijke
natuur
stervend,
die
in
af,
maar Jezus
inenschelljl'e
nntvvr
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's