De overheid - pagina 365
§
men
De magistratu tamquam
11.
tegen ingaat; neen, het handhaven der
er
van de
Dei
iustitia
en
al
is
ook
in
eenige
dan
het
recht
moet de
om
toonen, dat de
te
Een rechter spreekt
en moet
is,
is
en
hij,
veert terug en
de worsteling
in
A
niet recht als
zijn
loop hebben, omdat de
die als rechter handhaven, als
hij
we
hier
moeten hebben,
Gods
er een iustitia Dei in het koninkrijk
Zeer zeker, maar daaraan
aan
voldoening
lute
overtreder tast
is
hij
maar
Wan-
iustitia
Dei
ook persoonlijk
de
is
?
voldaan. Het zoenoffer van Christus
de abso-
Dei, en
God
iets
van den verzoenden toestand en van den staat van vergeving.
handhaaft. Het recht
is
waar aan de iustitia Dei voldaan is Koninkrijk Gods geen sprake zijn van een recht,
iustitia
kan er op het terrein van het
een gansch ander.
is
dat
Op
of B,
vergeving en kwijtschelding.
tot
Het standpunt, dat Is
is
Dei
uitkomt,
voor zoover hem aangaat, het gaarne ver-
moet toch het recht
dan
wil,
aangerand
Dei machtiger
iustitia
iustitia
iustitia Dei, die er in
Dei handhaven, die de overtreder geschonden heeft.
iustitia
neer een rechter bestolen
geneigd
de
waarom de overtreder gestraft wordt. De Gods aan, drukt het in, doch het recht Gods
van den misdadiger met God.
geven
is
motief,
wreekt zich
hij
dan het handhaven
justitia is
de wetten van den staat de
op gebrekkige wijze geopenbaard, toch het
347
minisiro Dei.
is
gehandhaafd en
het burgerlijk terrein daarentegen
het koninkrijk
in
moet de
iustitia
Gods
geldt
Dei gehandhaafd wor-
den en elke overtreding daarentegen worden teruggedrongen.
Waar
zoo
dit
Testament de allerminst
't
is,
niet
opheft.
van de
principium
de Overheid
is
iustitia
het
Naar den straks Dei ook
uit het
van Godswege geroepen de principia
Met den overgang in ceremonieele weggevallen, omdat dit op het volle
op
handhaven.
te
de
iustitia
Oude in het Nieuwe Oude Testament gefundeerd lag, in gestelden regel heeft men dan het Oude Testament op te zoeken, en
volgt vanzelf, dat de overgang van het
iustitia Dei, gelijk die in
het rijk
ook nu nog ten is
wel het
der genade doelde, maar wat
betrekking heeft, als doelende op den ultwendigen levensstan-
daard onder de bedeeling van Gratia communis,
Wat nu
iustitiae
Nieuwe Testament
staande gebleven.
is
gebod van doodstraf aangaat, wordt in Gen. 9 vs. 6 de verplichting om den moordenaar te dooden door God zelf gegeven, eer er zelfs het speciale
een volk van Israël bestond, want deze ordinantie het Noachitisch verbond en daarom
is
is
gegeven
in
verband met
ze niet alleen geldig voor Israëls maat-
maar voor alle menschen van den ganschen aardbodem. Het Noachiverbond is aangegaan met alle levende ziel van alle vleesch (Gen. 9 vs. 15).
schappij, tisch
De
ordinantie,
geroepen voor
alle
is
dat
moord met de doodstraf moet
die straf te voltrekken,
menschelijk
leven, en
is
gefundeerd
in
gestraft en de
de ordening, die
noch het optreden van
Israël,
Overheid
God
gaf
noch het ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's