De engelen Gods - pagina 52
GEEN PERSOONLIJKE VERHOUDING TOT DE ENGELEN.
48
gemis
bij
lichamelijkheid, er zich niet toe leenen,
aan
wezen
eigenlijk
lezen van een
zich
man
af
om met hun Als
spiegelen in onze voorstelling.
te
v^^e
in Jezus' dagen, die bezeten w^as door een legioen
duivelen, en daarbij bedenken dat een legioen op een getal van
dan duizenden heenwijst, en we vernemen duivelen uit dezen jammerlijk aangegrepene uitdreef,
meer
verder, dat Jezus dit legioen
en
dat deze
kudde zwijnen en deze van de bergfsteilte af in in het meer Genezareth deden tuimelen, dan klinkt ons dat alles zóó vreemd en daarom onbegrijpelijk, dat alle voorstelToch is het opmerkelijk, hoe in de Heilige ling ons te kort schiet. in Jezus' dagen, deze actie der booze Engelen Schrift, en met name op
wierpen
toen
een
duivelen
zich
ons
plastisch, zoo realistisch, op zoo bijna tastbare wijze
zoo
In
voorgesteld.
vroeger
tijd
men dan ook
had
de gewoonte,
onze prentbijbels, de genezing van bezetenen zóó voor ge
den
uit
mond van den
bezetene
moesten gravuren
natuurlijk
dier
was,
dige,
het
hierin
zijn
maar
ze
werd
die
nooit
teekenden
een
beneden-menschelijke realiteit,
zijn
van
in
een soort kleine dieren zaagt
Nu
uitgeworpen.
bedoeld,
om
te stellen, dat
uitgaan, welke dieren dan phantastisch waren afgebeeld en den voorstellen,
wordt
dat
de
dierlijke
den
demon
hebben deze oude
demon zulk een gestalte,
demon aan
om te
soort
het zon-
duiden, en
werkelijk bestaan, en werkelijk uitgaan van
Het was dus geen teekening wat plaatsgreep, maar een zinbeeldige aanduiding er van. En Ze bestaan dit punt nu juist raakt de bestaansquaestie der Engelen. niet denkbeeldig, maar Averkelijk. Ze moesten dus ergens zijn. Als ze bezetene zichtbaar voor te stellen.
den
van
in den bezetene eerst
7ilet
waren, van elders in
hem
zijn ingegaan,
en
hem straks verlaten, dan moeten zij op een of andere wijze Waren nu Engelen stoffelijke wezens, dan reëel van hem uitgoan. waren die grijpbaar en tastbaar, en men kon zulk een demon dan opvangen, ontleden en in zijn bestaan naspeuren. Maar dit is zoo ze
als
Een Engel, en dus ook een demon,
niet.
is,
gelijk ons later blijken
Goede en booze Engelen zijn geesten, louter geestelijke wezens, en juist daarom vallen ze geWe kunnen ze niet zien, heel buiten de waarneming onzer zinnen. niet hooren, niet bestasten, niet opvangen, niet waarnemen, en dit
zal,
volstrekt onlichamelijk en onstoffelijk.
brengt
er
zoo menigeen toe,
om
in oppervlakkigheid te zeggen, dat
ze dus ook niet bestaan.
Juist
daarom
ligt er in de
een ontdekking, die ons, ook iets te
zeggen heeft.
Maar nu waanden
wij
microscopisch gevonden bacil of bacterie in
God werkt
verband met de Engelen en demonen, elke ziekte en krankheid. Hij alleen.
God Hoe wisten we van maken. Een ziekte
lange jaren in onze oppervlakkigheid, dat
de Heere alle deze ziekten altoos rechtstreeks werkte. niet.
Een voorstelling konden we
er ons niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's