"Ons program" - pagina 407
:
STAAT EN KERK.
391
dat geen enkele gecontradiceerde post kon worden uitbetaald dan op definitief
gewijsde van den rechter.
Het Burgerlijk Wetboek.
§ 308.
Toch zou hiermee de taak der overheid Immers,
hoe
verhoudingen
van aard de kerk ook
geestelijk
der
niet zijn afgeloopen.
komt
toch
zij,
ze
met de
burgerlijke maatschappij niet slechts in aanraking,
maar
aan het gemeene recht vervallen, zoodra ze door bezit van
moet ze
zelfs
stoffelijk
goed, in betrekkingen van mijn en dijn tot geburen en geïnteres-
seerden
weer
waaruit over en
treedt,
vermogensrechtelijke betrekkingen
geboren worden.
wat
Zoowel
tractementskapitaal
pastor alia;
of
kerkelijke
bona ecclesiastica; en diaconiegoederen of in pi os usus betreft, behoort dus de buitenwereld
of
ad
verhouding
ze
twijfelachtig
te
en
is
welke
in
zijn,
kerk
de
tegenover
even
noodzakelijk
kome, naar welken
titel
hij
heeft
weten, in welke
te
voor de
het
bona
kerk niet
ze zich tegenover de buitenwereld
relatie
het
bevindt;
dient
staat;
goederen
wijdsten zin
de
dat
recht
rechter
eindelijk te
spreken,
te
als
weten
de kerkelijken
onderling in geschil zijn over eigendom of recht van beheer.
De de
op
in
ons
bestaande
Burgerlijk
haar beurt
eenvoudig
spruit
twijfel
Wetboek van een
waaronder de kerkgenootschappen
rubriek, is
desaangaande
thans
ontstentenis
En deze
vallen.
weer veroorzaakt door de onzekerheid,
genootschappen te beschouwen had
of
voort
uit
bepaling der
juiste
ontstentenis
men
de kerk-
van publiek-, dan wel privaat-
als
rechtelijk karakter.
Die leemte moet dus aangevuld.
dan
Eerst
welke basis
;
zij
niet
eer
de
zullen
;
kerkelijke besturen, alsdan
staan, ook binnenskamers
hun zaken regelen kunnen.
En mochten we dan voor de aanvulling van geven,
wetgeving ons
dan zou de Engelsche
preferent geëigend.
dunken,
het
als
Natuurlijk,
niet
meest voor den voor
wat haar
wel voor wat haar juridisch-politieke de
kerkgenootschappen
aan
niets
zij
dan
wetende op
het ontbrekende een in
aard
haar
hoofdlijnen
verre
van het kerkelijk leven
kerkelijk -aristocratische, betreft, in
aan
wenk
haar
maar
zooverre ze namelijk eigen
confessioneele,
hturgische en canonieke statuten bindt. § 309.
Rechten van den Staat op de kerk.
En was op dien voet eenmaal de dan zou de overheid zich
moeten
stellen
o.
i.
met de eischen
flnancieele zijde der quaestie geregeld,
ten opzichte der kerkgenootschappen tevreden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's