De engelen Gods - pagina 56
Van de natuur der engelen.
52
te
hebben, ora in zekere rechtlijnige lichtstrepen die
het
bewijs
zekere
van naam ontzagen zich niet de meening
van Mars bezig
En wel
treden.
te
Zelfs
mannen
opperen, dat de bewoners
te
ons teekens te geven,
zijn,
verstandhouding
in
men waarneemt,
zien van menschelijken arbeid.
te
om zoo mogelijk met ons men in de laatste jaren
is
van deze overdreven phantasieën weer teruggekomen, maar niettemin houdt ook onder de lieden van gezag op wetenschappelijk terrein de
nog steeds stand, dat Mars stellig door een soort menwezens bewoond is, en ook dat deze menschelijke bewoners
voorstelling schelijke
van Mars het reeds verder
in
ontwikkeling gebracht hebben, dan wij
op onze achterlijke aarde.
Nu
laten
we
hier
plaatse deze zonderlinge denkbeelden over
ter
Ze werden hier alleen vermeld ten bewijze, ons is en aanhoudt, ora buiten deze aarde in neiging hoe sterk de jiatwtrgenooten te vinden. En deze zelfde neiging nu heeft er ook toe
Mars voor wat
om
o-eleid,
soorten,
de
te
ze zijn.
tusschen den mensch en den
ffrens
engel, als
wezens-
doen verflauAven, eenerzijds doordien men den mensch
m
de poëzie »verengelde", anderzijds doordat men den engel in een soort hooger menschelijk Avezen omtooverde. Zelfs onze Gereformeerde
theologen
opzichte
ten
ïraan
van
de laatste verwarring niet geheel
Bij meer dan één van hen vindt ge toch geleeraard, dat de vrij uit. een voorengel zoowel als de mensch naar Gods beeld geschapen is stelling waarop dan wel niet dieper werd ingegaan, en die blijkbaar ;
werd overgenomen, maar die toch feitelijk Is en der engelen natuur ophief. menschen de grens beeld Gods hem in dat wezen, diepste eigen, het toch 's menschen zich afspiegelt, dan kan uiteraard niet ditzelfde van den engel worden geleeraard, of ge vat »mensch" en »engel" onder één hooger begrip slechts
klank
den
op
af
der
tusschen
saam. Dit
sproot
misverstand
daaruit
voort, dat het beeld
Gods
te uit-
en zedelijke eigenschappen werd gezocht. sluitend waren ons met de engelen gemeen, en nu eigenschappen Die hoogere om, op grond van deze eigenschappen toe, zoo kwam men er ongemerkt in
onze
redelijke
naar den heelde Gods ook aan de engelen toe te Om dit punt tot volkomen klaarheid te brengen, zou hier kennen. een volledige uiteenzetting te geven zijn, van hetgeen we bij den mensch onder het beeld Gods te verstaan hebben, iets wat thans het
geschapen
zijn
buiten ons kader ligt
;
maar toch loont het de moeite, althans
in één
enkel punt, de onjuistheid der bestreden voorstelling te doen uitkomen. En dit kan. Hoe weinig scherp toch de lijnen van het beeld Gods
meet af dit ééne in de Heilige Schrift getrokken zijn, toch komt van beeld Gods ook het aan ondubbelzinnig uit, dat onder deze gelijkheid de heerschappij
te
verstaan
zij,
die
aan den mensch over
al het geschapene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's