"Ons program" - pagina 299
283
FINANCIËN.
volgens hetwelk de overheid
sel
van schatting ontving; individuen
van Godswege het recht van
die schatting niet
b.
maar
heft,
a.
organisch
het
uit
en
loswikkelt;
natie
nóch op verlof der
haar gelden neemt, nóch eigener autoriteit,
c.
der
bezit
tot het heffen
het afzonderlijk bezit der
bezitters,
nóch ook onder toestemming van de massa,
hoofd per hoofd genomen;
bewilliging der natie,
ook ten deze sprekende in
maar onder de
vrije
haar organisch verband.
„Daarom
dienaresse, wat
iegelijk
vreeze,
tol;
luidt
's
dien
eere,
gij
een
dien
tol,
eere schuldig zijt"
'),
gij
dus
wijding
voor
het
gij
halve
de
recht,
stelligste
vraagt,
of
het wil,
zij
is.
ze doet, niet
er
van Godswege toe
Dat wat ze
te volvoeren heeft,
maar omdat ze
dat schatten verslindt.
belastingwezen een heilige
het
in
^),
hoogste
en de
De overheid doet wat
dus gehouden
en
aangesteld,
autoriteit
uitgedrukt.
ligt
„geduriglijk bezig zijn"
een
En
alzoo ligt der-
volksofferande,
door de natie
Gode gegeven, opdat God haar door zijn overheid, met behulp
natie
als
en
vreeze,
gij
geldelijk beheer
geroepen, is
dien
zijt;
dan
geeft
schatting;
gij
Gods
is
zij
altijd
Rijks
wijl
schuldig
gij
dien
schatting,
zoo
zijnde:
bezig
geduriglijk
ditzelve
in
overheid ook schatting; want
de
de uitspraak van den Apostel van Jezus Christus, waarin nog zekerst
het
aan
ge
betaalt
van deze offerande; regeere. Dienovereenkomstig
dan ook niet de enkele personen, die elk
het
zijn
persoonlijk, maar de kinderen des volks, die,
dan
en
nog slechts
van schatting, overheid
alleen
en
tol
niet
als
wil
men, de landzaten
nationaal verband,
verphcht
cijns
volk,
het
enkele personen
in het
of,
zijn.
tot het
opbrengen
Immers, God regeert door
zoodanig, terwijl Hij het
aan de overheid heeft afgestaan, maar zichzelven
heeft voorbehouden in de consciëntie. Dat
volk nu
is
een loopende stroom.
dag verandert dat volk, doordien er dagelijks landzaten
Eiken
zijn
regiment over de
uit
weg-
sterven en dagelijks onderdanen bijkomen. En houdt men nu in het oog, dat de natie de natie is en blijft, niet slechts voor jaren, maar eeuwen lang;
dat derhalve ook. het geldelijk beheer van de overheid niet enkel
en
thans levende personen, maar de natie van vroeger, van
de
later raakt; dan spreekt het toch een
op
vordert,
vanzelf,
dat
individueel bezit ten maar, voor de natie, nemen moet uit deel
van
het
men met deze
nu
en van
beslaglegging
niet
het
minste
het bezit der natie als
geheel.
En
eindelijk,
dat,
Eoin. XIII, VS.
')
Cf.
')
Ib. VS. 6.
6, 7.
wijl
de
natie alleen
weet
wat
ze bezit,
waarin
ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's