De overheid - pagina 48
LOCUS DE Magistratu.
30
De woorden
«Tioirh nnny/' duiden aan, dat hier de wereld
wordt voorgesteld
eene door den vijand belegerde vesting, waarin de mensch wordt aange-
als
de wachter, die haar voor
steld als
bewaren
De
heeft.
vijand
weerstand biedt.
leert,
Volgens de voorstelling der Schrift
mensch
slechts
verbonden,
zijn
en
Gods naam
in
te
bewaken en in
te te
kan inbreken, zoolang de mensch Zoodra de mensch zwicht komt de vloek.
breken, maar die, zooals de Schrift in zijn ziel
God
de satanische wereld, die terstond poogt
is
maar
niet
de aarde niet de schotel, waarop de
is
nauwst organisch met dien mensch mensch en wereld lotgemeen (Art. 12 v. d. Confessie). staat,
is
op
zij
't
Caput m.
De inbreuke van de Satanische wereld is gekomen. Hij, die de vesting voor God en in Gods naam bewaken moest, is gezwicht. De dood dringt in, voor mensch en wereld
volkomen
staat
ondergang voor
vernietiging, verdelging en
de deur.
Wat Vs.
geschiedt nu ?
De Heere God
9.
van alle gratia, een
Als
iemand
rechter
executie
over.
executie,
maar
Hier
iets
Het roepen Gods
art.
is
't
begin
17 van onze belijdenis zegt.
dood veroordeeld
ter
nu treedt
gansch
als
Adam.
riep
zooals ook
God de Heere
heeft niet
blijft
op
niets anders
als
overgaande
dan tot
anders met dien zondigen mensch voorhebbend.
Deze daad en het doel om behoudend en reddend de hand naar den mensch uit
te strekken is
De
de gratia.
gratia begint dus niet eerst
met de paradijs-
belofte.
God
waar men gewoonlijk overheen leest, van de genade uitkomt. Gevolg van aandringen van de Satanische wereld was geweest, dat eerst Eva en daarna
Vs. 15.
In
dit
vers
zegt
iets,
terwijl hier toch het antithetisch beginsel
het
Adam
als
bondgenoot van Satan tegenover God kwamen
absoluten dood
te staan.
Dit sloot
En nu zegt God: „Ik zal vijandschap zetten'', d.w.z.: het bondgenootschap tusschen mensch en Satan verbreken en wel zoo, dat de mensch in plaats van met Satan gemeene zaak te maken vijandig tegenover
hem
in.
Om
gesteld wordt.
staat,
en
het vuur,
vijandschap te zetten tusschen een huis, dat
moet men
er
water tusschen storten.
in
brand
Evenzoo, waar het
zonde en Satan met lekkende vlam om den mensch heengrijpt, moet God een vijandig element in het vuur brengen, dat het vuur in zijn werking stuit. vuur van
In VS.
15 wordt niet alleen
organisme en zetten,
de
uitgesproken, dat
Satanische
maar ook dat van
God
tusschen het menschelijk
desorganisatie een antithetische verhouding zal
die antithese kracht zal uitgaan
om
het vuur der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's