Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 125

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 125

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

„"m;EXT ^lET OVEB MIJ."

Abeeleer ovei'

wendt Jezus heur deernis

af,

117

zeggende

:

,,

Weent

niet

mij."

Jezus stelpt die gevoelstranen van een ondiepe smart, omdat er geen ernst, geen doorzien van den toestand, geen flauw begrip van de realiteit in spreekt. Wat voelden die huilende vrouwen er van, d.at hier het Lam Grods ter slachting werd geleid, en dat in dit heilig drama voor haar oogen het pleit tusschen (xod en .Satan, het pleit tusschen eeuwig verderf en hemelsche heerlijkheid voor al Grods uitverkorenen voldongen werd. Ook het menschelijk gevoel heeft zijn 7;e/;-eH-P^y/v? waardij, maar, o,

Wat

zoo betrekkelijk.

het eerst heilig maakt

is

juist de levens-

indenken van het verleden en de toekomst. En juist die levensernst ontbrak hier zoo geheel. Hoor maar, hoe Jezus die vrouwen van het bewogen gevoel naar den spannenden ernst over haar eigen toekomst terugroept: „Gij, dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar u-eent over uzelren en over vwe Jiinderen." Die kinderen stonden er vermoedelijk bij en liepen er om heen. Zoo plegen zulke uitloopende buurtvrouwen haar kinderen bij de hand meê te nemen. Er zullen er wel geweest zijn met haar zuigeling op den arm. Ook wel zwangere vrouwen zullen er onder geweest zijn, die heur kind nog onder het hart droegen. Althans, zoo ging Jezus in zijn heiligen ernst, en het oog vol uitdrukking van een meer dan nienschelijke deernis, voort „Want ziet, er zullen dagen komen, dat gij zeggen zult: Zalig zijn de kinderlooze vrouwen, de borsten die niet gezoogd, en de buiken die niet gebaard hebben." Jezus denkt aan de wrake Grods, die over het schuldig Jeruzalem zal losbreken. Aan die vreeselij ke tijden, zooals ze ree^ds eenmaal doorleefd waren, toen Jeruzalem voor Babels heirmacht viel, en toen „de vaders hun kinderen en de kinderen hun vaders gegeten hadden" (Ezech. 5 10). Maar straks, na Grolgotha, zou het nóg vreeselijker worden. Een uitmoording zooals geen stad bijna ooit gekend ïieeft. Dagen zoo bang, dat alle ziel in angst den dood zoeken zou, en roepen: ,,o. Bergen, valt op ons, en gij, heuvelen, begraaft ons!" Toen hield het schreien op, en vervolgde Jezus zijn zwaren gang naar de Hoofdschedelplaats. ernst, het

:

:

Maar

Uw

dit heerlijke

Jezus

zelfs

moment was

in zulk

er

dan toch geweest.

een oogenblik zichzelf en eigen smart

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's