De engelen Gods - pagina 15
11
DE ENGELEN IN VERGETELÖEID.
In de dagen der Reformatie deed
ook
met de Roonische
men
de droeve geestelijke ervaring op, dat er veel en allerlei tnsschen
de heilzoekende
ziel
kerkleer.
en den Christus was ingedrongen.
De
persoonlijke,
zelfbewuste, rechtstreeksche gemeenschap tusschen den Christus en de Uitzonderingen bleven zeer zeker eigen ziel was al meer gedaald.
Enkele machtiger geesten, en ten deele zekere orden, Maar bleven zich meer rechtstreeks met den Christus bezighouden. voor de schare der belijders was de rechtstreeksche gemeenschap met den Christus een bijna ongekend zielsgenot geworden. Men had met
stand houden.
men had met den bisschop, men had met den paus van men had met Maria, men had met de heiligen, men had met
den priester,
Rome,
Engelen
de
en eerst over al deze schakels heen was er dan
te doen,
ook
zekere gemeenschap met den Heiland,
van
die
Dit
veruitwendigde
maar
die juist tengevolge
vele tusschenschakels haar veerkracht en innigheid inboette.
de
bracht
en
religie,
teweeg, dat het waarlijk
ontrust gemoed, dat niet bijgeloovig was, geen vrede in zijn
God kon
vinden. Velen, die desniettemin naar dien vrede dorstten, hebben toen,
Luther vooraan, de heldhaftige poging gewaagd, om al deze staketsels omver te werpen, rechtstreeks tot den Christus door te dringen, en op die wijs een vrede te zoeken, dien noch de kerkelijke opstal, noch de creatuurlij ke hemel hun schenken kon. In den aanloop hebben ze toen de afhankelijkheid in de conscientie van de geestelijkheid te niet
gedaan, hebben ze de vereering van Maria terueerge worpen, den dienst der
heiligen
buiten
kerk
de
gedrongen, en zoo ook de vereering der Engelen Die gebondenheid in de conscientie aan de gezet.
opzij
van Maria, die eerebieding aan de heiligen, die vereerino- der Engelen waren tusschen de ziel en den Middelaar ingeschoven, en het was alleen uit dorst der ziele naar vrije ziels-
geestelijkheid,
die dienst
gemeenschap met den Heiland, dat men toen, zonder aarzelen, en
uit
zekere consequentie, dit alles ter deure uitwees.
Uit
Gereformeerde kerken hier
die de
Engelen
Want
hebben
aangenomen,
wel wordt in
bestreden,
op
moet dan ook de houding bezien en beoordeeld,
oogpunt
dit
één
maar de
lijn,
en
te
lande in zake de aanroeping der
blijkens
Art. 26 van onze Belijdenis.
dit artikel alleen de tusschejikomst der heiligen
heiligen stonden te dezen opzichte
wat van hen
geldt, geldt evenzoo
met de Engelen
van de Engelen.
En leest men nu dit schoone artikel 26 in één adem door, dan men geen zweem van de poging, om aan zekere hatelijkheid Rome lucht te geven; maar spreekt in deze belijdenis van de
vindt
tegen eenige
dan de zalige triomf in het hart van Gods uitverkorenen, hierin uitkomende, dat eindelijk, eindelijk dan toch alle tusschenpersonen verdwenen zijn, en volle zielsgemeenschap met den Heiland is hervonden, »Daar is niemand, zoo' heet het daar,
voorbiddinge
van
den
Christus
niets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's