Het Calvinisme - pagina 113
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
109
menteerd èn voor het natuurlijke, èn voor het bovennatuurlijke leven. Door den val nu verloor hij wel het laatste, niet het eerste. Zijn natuurlijke instrumenteering voor dit aardsche leven bleef ongeschonden. Wel werd ze krank aangedaan, maar ze bleef in haar geheel.
Adam
bleef
bijna
gaaf
in zijn natuurlijke begiftiging.
En
de gevallen mensch in de natuurlijke levensorde zoo vaak zelfs uitmunt, en dat hetgeen hem finaal ontbreekt alleen is de zin en het talent voor het in den grond bovenhieruit verklaart het zich, dat
menschelijke leven des hemels. dat het
Ge
ziet,
dit is
een stelsel; een stelsel
met de realiteit om ons heen poogt te deze merkwaardige anthropologie ligt de grondslag
dogma van den
val
verzoenen en in van heel de Roomsche religie. Wat hierin ontbreekt is alleen maar de diepe Schriftuurlijke opvatting der zonde eenerzijds en anderzijds de onderschatting waartoe het leidt van het aardsche leven. In het Carnaval komt ook dit het treffendst uit. Dan wordt de wereld nog eens volop genoten eer men aan Caro vale toekomt, maar al het ideaal schuilt dan in de geestelijke opheffing naar de hemelsche ;
Daarom
een
clerus, die met het huwelijk den boven de massa, en een monnik, die ook van het aardsche goed en van eigen wil afziet, weer ethisch boven de geestelijkheid. En eindelijk beklimt de zuilenheilige, van
levenssfeer.
staat
aardschen band er aan
geeft,
al het aardsche zich afscheidend, zijn pilaar, of laat de
boeter zich metselen in zijn kluis. uitdrukken,
komt deze
zelfde
nog
stillere
Horizontaal, als ik mij zoo
gedachte
tot
mag
uiting in de splitsing
tusschen gewijden en ongewijden bodem. Wat niet door de kerk wordt bestraald en besproeid, blijft een laagstaand karakter dragen, en het exorcisme bij den doop zegt ons, dat met dit laag staande eigenlijk iets onheiligs wordt bedoeld. En natuurlijk, op dat stand-
punt lag er in de studie der aardsche dingen voor den Christen geen aanbeveling. Wat op zulk een standpunt boeide was alleen de studie voor de sfeer der hemelsche dingen en ten slotte de contemplatie.
Deze opvatting nu van den zedelijken toestand van den gevallen mensch, heeft het Calvinisme principieel bestreden, door eenerzijds het oordeel over de zonde absoluut streng te nemen en door anderzijds het goede in den gevallen mensch, heel anders te verklaren, t.w, uit de inwerking der gemeene gratie. De zonde, zoo spreekt het Calvinisme in overeenstemming met de Schrift, de zonde ongebreideld en ongetemperd aan zich zelve overgelaten, zou onverwijld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's