De engelen Gods - pagina 73
SETHIETEN EN KAINIETEN.
69
maar heel anders, dat het oordeel van den Zondvloed over 120 jaren komen zou. Tot ditzelfde resultaat, dat de schuld des menschen en van den mensch alleen hier geteekend wordt, leidt inzage van vs. 5 »En de Heere zag, dat de boosheid des menschen en 6, waar staat menigvuldig vas op de aarde, en al het gedichtsel dei' gedachten zijns Toen berouwde het den harten, te allen dage alleenlijk boos was. Heere, dat Hij den mensch op de aarde gemaakt had." Zelfs spreekt dit nog sterker. Neemt men toch aan, dat onder »Gods kinderen" in :
2 de engelen te verstaan waren, dan gaat de actie niet van eenig
vs.
mensch maar van
de engelen
Dan
uit.
mensch, maar
niet in den
harten
bij
het booze gedichtsel des
is
de engelen opgekomen.
Er
is
dan geen sprake van eenige bijzondere boosheid der menschen, maar integendeel van een diepe schuld waarin de engelen vielen. Het had
moeten berouwen, dat Hij menschen op aarde, maar dat Hij engelen in den hemel geschapen had. En de straf had dan niet moeten zijn de Zondvloed, maar de verdoeming van de engelen in het eeuwig verderf. De breede uitvoerige beschrijving van de gedachten Gods, die hier voorkomt, bewijst dus op onweerden
Heere
dan
sprekelijke
niet
dat
wijze,
het
aangezicht
heilig
maar geheel en
niet tegen eenigen engel,
des
Heeren zich hier
uitsluitend tegen de kinderen
der menschen richt, en overmits blijkens vs. 2 de zonde
opkomt
bij,
en begaan wordt door de »zonen Gods," of de »kinderen Gods," zoo is
het hiermee reeds uitgemaakt, dat, blijkens den tekst zelven, onder
Gods" of » kinderen Gods" geen engelen, maar kinderen der menschen te verstaan zijn. Is hiermee het pleit reeds beslecht, toch valt er nog meer te »
zonen
Ten
zeggen.
eerste
personen
waren,
goede
de
of
wat we tweeden
welke
kwade
boven
dit
?
reeds
dat
Stel
:
engelen
engelen
de
men
denkt
hier de zondigende
zich hier dan
Natuurlijk kunnen het niet de goede schreven
omtrent
bij V
zijn,
De
om
de ondenkbaarheid van een
Zoo kunnen het dus niet anders dan de kwade engelen geweest zijn. In hen alleen, en niet in het hart der heilige engelen, kon zoo monstrueuse gedachte opkomen. Doch aangenomen nu dat het de kwade engelen waren, hoe zouden Of deze dan ooit genoemd kunnen worden: »de kinderen Gods?" zijn
stand
de
val
in
de engelenwereld.
dan niet de kwade engelen juist door hun val uit dezen hoogen uitgevallen, en hebben ze niet aanstonds opgehouden, onder
Gods
kinderen
e-erekend te worden
hoe »de kinderen Gods", verschijnen,
d.
In Job lezen
we dan
ook,
dan de goede engelen, voor den Heere
z.
maar hoe Satan
?
duidelijk, en
met
zijn
eigen naam, van
hen onderscheiden wordt. In de tweede plaats bedenke euQ-elentheorie
men
wel, dat
bij
de onderstelling der
deze engelen meim-lidijke lichamen moeten hebben aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's