De engelen Gods - pagina 166
WOONSTEDE DES ENGELS.
1G2
wezen geen
beletsel.
Het
drino-t
De
om.
er in zijn bestaan buiten
er
door heen, of wilt ge, het gaat het lichaam, en
ziel vaart uit
uit de sterfkamer weg, zonder dat óf dat lichaam óf de
komt
wanden van
kamer haar hierin verhinderen. De stoffelijke beletselen rekenen voor haar niet. Ook bij de engelen hebben we dus noch met lengte, noch met breedte, noch met hoogte te doen, en ook bij hun verplaatsing komen de lengte, de breedte en de hoogte van den weg dien ze doorschrijden niet in aanmerking. De gegevens om ons dit op juiste wijze voor te stellen ontbreken ons geheel, en daarom die
bedoelde het eerste gedeelte van dit artikel op God als Geest, op de ziel als geestelijk wezen, en op de taal en de gedachte als geestelijke factoren te wijzen, opdat we, denkende aan de plaats en de beweging der engelen, ons niet zouden ophouden bij de vereischten, die een
wezen hieraan
stoffelijk
maar
stelt,
veeleer ons begrip aan de plaats
beweging van deze geestelijke dingen ontleenen zouden. Ge ziet dan ook hoe heel een legioen booze engelen in een enkele bezetene kunnen huizen en hoe er tusschen de uitzending van een engel en zijn verschijnen ter plaatse neen tijd verloopt. Zelfs levert de hypnose en
de
;
voorbeelden op van het indringen van de ziel des éénen menschen in het wezen van den ander, zonder dat iets ook maar van deze indrin-
ging valt Avaar
waar
zelf er
zijn,
om
ook maar
voorwerp
ééne
uw kamer waar ge neerzit, op uw hart, kunnen ée'n of meer
nemen. In
wandelt, ja, tot in
ge
tegenwoordig o-ij
te
niet
den wille Gods
iets van
u uit
merkt. In de
te
is.
engelen
voeren, zonder dat
wereld kan het
stoffelijke
het andere
waar
wezen
bij
den weg
En zoo ook
(/eestdijke Avereld kan de ééne geest niet op de plaats
zi.jn
in de
die door een
ingenomen. In beide werelden sluit de één den ander uit, en neemt elk Avezen op een gegeven oogenblik zijn eigen plaats in. Maar deze vaste wet geldt niet, zoodra ge beide, én de stoffelijke én de geestelijke Avereld in onderling verband neemt. Omdat, gerekend
anderen geest
is
stoffelijke Avereld,
naar de
daarom
is
ze
een plaats bezet
nog volstrekt
niet in
door een
is
geestelijken
stoffelijk Avezen,
zin
ook voor een
geestelijk Avezen ontoegankelijk. Als ge een menschelijk lichaam opensnijdt en ontleedt, is alle plaats door been en vleesch, door bloed en zenuAven bezet, en vindt ge nergens een open plek overgelaten voor
de
ziel.
stoffelijk,
felijke
Desniettemin huisde de ziel er toch in, enkel Avijl ze niet maar geestelijk is, en dus door het bezet zijn van de stof-
plaats
niet gehinderd Averd.
maar
engelen. Ze zijn niet buiten, aarde, dier, niet,
in
onze Avercld,
ellc
om
in
die 1)ij
wereld
zoo nu ook
in
u, ja, tot in
te ii.
is
het heelal, en al
plekje bezet
door den mcn.sch, of door de
houden, vlak
En in
luchfc,
dalen,
Alleen
door
stof,
het met Gods is
nu op onze
door plant, door
toch belet dit hen allerminst
en in
uw
die
ziel,
wereld zich op
te
als zijnde zelve een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's