"Ons program" - pagina 258
242
JUSTITIE.
met Gods wil moet
en geen dezer drie organen u den wil Gods kan
zijn
vertolken.
Het rechtsbesef
wijl
nog wel terdege werkt, maar
dit
bij
zondige
onzuiver.
natiën
De
niet,
majoriteit
wat met
wijl die wisselen
niet,
van recht
elk begrip
vloekt.
En evenmin de wetenschap, geven beginselen kan
en in haar tegendeel kan omslaan,
wijl deze
wel logische deducties
uit ge-
maar over de rechtsbeginselen zelven
afleiden,
een onzeker geluid geeft.
juist
we dan ook
Uit dien hoofde verwezen
naar de
„ordinantiën
Gods,"
en
in het derde
trachtten
bijzondere openbaring voor een
door
vaste
lijkheid
en
hoofdstuk opzettelijk te toonen,
hoe alleen
menschelijke persoon-
onomstootelijke zekerheid aangaande de eeuwige, onver-
anderlijke rechtsbeginselen te vinden
is.
waar, wat wij belijden, dat God de Almachtige zelf op den Sinaï
het
Is
we aan zondige
doodslag en diefstal en echtbreuk en meineed als besliste ongerechtigheden veroordeeld groote ik
en
heeft;
wil, en
met
(wijl die wil
tigheid
omtrent
zijn geïnspireerde tolken,
goddelijke
zijn
alle
beslissing heeft gegeven; dan bezit
en hierin alleen dan ook een
hierin
Gods
mededeeling van
stellige
het recht identisch
dus ook) van de gerech-
is,
zelve.
En nu geven we niet
door
voorts,
rechtsquaestiën
staat
in
wel voetstoots
hierbij
om
stelt,
in elk
dat dit op verre na ons nog
toe,
gegeven geval zeker van onze zaak
te zijn;
en dat derhalve het schrijven van wetboeken, die zonder meer voor uitdrukking van de gerechtigheid konden gelden, ons, ook met die openbaring in de hand, niet gegund Maar,
en
onzekerheid,
heid,
hier
is.
men
waarin
we
leggen
ook
die
nadruk
allen
nog
dan anders
rondtast,
tusschen
op,
en
blijft,
het
is
de
gedeeltelijke
volslagen onzeker-
de
verschil
dan
toch
aan-
merkelijk. .
Men
heeft
tamelijk
dan op ons standpunt toch een reeks van vaste punten, die
zeker
van het recht
de te
richting
trekken
reclitsvervalschingen,
terugwijzen. grillen
o.
Er
zijn.
men met i.
de
zaak
basis
is
dan
volle
terug
wordt èn
in
te
gaan,
die
onder
het
verschillende
een
toch
gansche reeks van
als
dringen,
te
stuk
van
lijnen
kan
ongerechtig
moet: alleen door aldus de
beslissen
bereik
de
zekerheid
van het conventioneele recht terug
van wat recht of onrecht op
sing
der
En wat
die
waarin
aanduiden,
van vorst
en voor de
beginselen
en
volk
is,
toet-
tot
beiden
een valt,
de consciëntie van den rechtshandhaver èn in de consciëntie
onder dat recht
verkeerende personen,
dat
diep
ontzag voor de ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's