Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 127
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
,
WEENT
jS'IET
119
OVER MIJ."
wrake over de zondestad worden uitgegoten, dat het kermen van doodsmart in al Jeruzalems straten zal worden. Dat moest. Dat kon niet uitblijven. Het kruis moest er zijn, om de wereld te redden, maar het kruis kon er niet komen, of het moest zoo bitterlijk aan de zondestad, die het dorst oprichten, gewroken worden. Of hadden Grods heilige
één
God tergende op het marktplein !" kome over ons en onze kinderen
ze het niet
Nu
uitgegild
:
„Zijn bloed
het zou dan ook over hen, én over hun Jiinderen, komen.
En
nu ziet Jezus die moeders daar staan, wier eigen kinderen dan mannen van dertig, veertig jaar zouden zijn, en die dan zoo schriklijk gemarteld en uitgemoord moeten worden. Al de wallen met kruisen als bezaaid, en aan elk kruis een vloekende Jood, die hing weg te sterven, als spotbeeld van dat ééne kruis, waaraan Jeruzalem haar Koning gekruisigd had. En dat doorleeft Jezus, terwijl hij zelf naar zijn kruis gaat. Die vrouwen die om hem weenen, maken dat het rauwe beeld van dien schriklijken jammer voor zijn geest opkomt. Jezus voelt dat hij wel niet de oorzaak, maar dan toch de tusschenschakel is, waardoor dat vreeslij ke lijden over Jeruzalem van Jeruzalem
komen
zal.
En
moest het dan niet zijn eigen lijden verzwaren, het lijden van hem, die zoo roerend betuigd had: „Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik u willen bij eenvergaderen gelijk een klok hen haar kiekens onder haar vleugelen saamlokt, maar gij hebt niet gewild. Zoo worde dan uw huis u woest gelaten!"
En
nu, doet niet meer dan één in de Lijdensweken nog evenzoo de vrouwen deden? Ze volgen Jezus op zijn somberen lijdensweg, stap voor stap. Nu niet met statiën, en bij elke statie een tafereel uit Jezus' lijden op hout geschilderd. Maar dan toch met statiën in de verbeelding. En zoo maken ze weer heel het lijden van den Heiland meê, tot eindelijk Paschen komt, en de toon des geklags in den jubel van verlossing overgaat. Maar wat baat het, zoo dit bij een naspeuren van Jezus' lijden met het weeke gevoelsoog blijft, en het oog der ziel inmiddels niet den Gezalfde Gods in hem ontwaart, en de gevoelige man of de gevoelige vrouw niet tot bekeering komt, en niet meêsterft in dat kruis, om als Jezus verrijst met hem op te staan? Erger nog, hoevelen maakte dat lijden van Jezus het gevoelig als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's