De engelen Gods - pagina 269
UE STRIJD
mits de
wel
komt
van
»twaalf
menten"
nog
sfenomen
engel,
in
of
legioenen",
van engelen,
in die verschijning bij de Jordaan, niet
maar van den Messias te zien. Maar aanmerking, dat Jezus in Getsémané spreekt
van een
hier
zouden zeggen, »twaalf regi-
gelijk wij
Vader hem zou kunnen
die de
bijzetten; een
het krijgswezen ontleende uitdrukking, een uit den krijg
aan
geheel
om
toe leidt,
er
alles
verschijning"
265
ENGELEX.
ÜK1{
En wat
beeld.
verschil van inzicht
Openb. 12:7
vv.
:
vooral hier ter zake dient, en ook waar mocht rijzen, de zaak beslist, is wat we lezen in »En er werd krijg in den \\en\Q\, &\\ Mkliaël en zijne
engelen hijgden tegen den draak, en de draak hrijgde ook en zijne engelen.^'
Hiermee Dorlogvoereu
val
even ondenkbaar zal
wien
toch
v/as,
en
en
lijke
en
ontstaat eerst en
strijden
En ook
die roeping-
strijd
is
engelenwereld oudenkl^aar, en
in de
eens in het rijk der heerlijkheid
hij
zouden ze het zwaard wetten,
wien
zijn.
Tegen
als er eens
geen
zal? Terwijl alzoo het loven en dienen tot de eigen-
zijn
engelen
levenstaak
der
voor
een
blijde
zijdelings
te
ze krijg hebben gevoerd toen er nog geen vijand
zouden
tegen
meer
vjjand
om
roeping
de
duurzame levenstaak der engelen
altoos Aveg, zoodra de laatste vijand zal zijn te niet
voor
Vóór den
gedaan.
en
eigenlijke
op, als er zich een vijand vertoont.
eerst
weer
valt
de
tot
Integendeel,
helioort.
komt
geenszins uitgesproken, dat strijden, krijgen en
echter
is
slechts
behoort,
opkomende
tijd
is
het strijden een
roeping,
maar dan
toch een roeping, waarop ze aangelegd zijn en waarvoor ze de gegevens in zich bezitten.
Ze
zijn
niet eerst, toen na den val de krijg uitbrak,
maar bezaten hetgeen voor het hun schepping. de /«eWennatuur, het heroïsme, de heilige moed en de
afzonderlijk voor dien krijg gewapend,
voeren van dien krijg noodig
Zoo
b.
V.
is
vlammende
van
die
geestdrift
is,
reeds in en krachtens
de
engelen geprezen wordt, niet pas
na den val hun ingestort, maar school en heeft de uitgebroken
Bestaat alleen
alzoo
er
en
lovers
strj^jd
de
niet
dienaren
minste
helden en krijgsknechten, dan rijst te
beantwoorden
hebben.
Engelen
dan geesten
zjjn,
vraag, zijn
op
het
laat,
doek
en te
twijfel,
onzen
of de engelen zijn niet
God, maar ook
zijn stnjders,
nu aanstonds de zoo uiterst moeilijk
wij
menschen
ons
daarbij
te
denken
geesten zonder lichaam, en geesten, die niets
hoe kunnen
den stryd opnemen? zingen
wat
inborst,
slechts doen uitkomen.
dit
van
hun
dit alles reeds in
die,
Hoe schoon
desnoods schilderen
in
't zij
ouderling,
't zij
tegen derden,
zich dat ook door den dichter be-
forsche lijnen en met schrille kleuren is,
is
het toch welbezien iets meer dan
een dichterlijke voorstelling, waarbij het eigenlijke denkbeeld van een dapperlijk en ernstiglijk gevoerden str^d vanzelf wegvalt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's