Het Calvinisme - pagina 161
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST verkeer en gemeenschap.
sluit zich
sliepen,
worden almeer
hygiëne wint,
meê door
dan een vorig geslacht.
Ook
157
Azië en Afrika, die dusver
den breeden levenskring getrokken. De
in
sport, in kracht. Lichamelijk zijn wij sterker
We
leven langer.
En waar
lichamelijk gebrek de chirurgie u door haar wonderen. Kortom, op de stoffelijke, tastbare zijde des levens valt schier enkel licht. En toch mort de ontevredenheid en klaagt
het
leven
bedreigt
of
benart,
verbaast
de moedelooze denker, want hoe hoog we ook het stoffelijke waardschatten, we gaan er als menschen niet in op. Uit de hut van den daglooner kan met dankbren toon een psalm des lofs opstijgen, de millionair zich vervelen in zijn prachtpaleis en zinnen
Niet
in
het
comfort
maar
in
den
geest, die
als burgers, als
om
ons
heen,
ons innerlijk
menschen
;
op zelfmoord.
niet in het lichaam drijft,
bestaan
we
aan ons,
als personen,
en in dat innerlijk besef nu spreekt op
steeds schriller toon de pijnlijke gewaarwording, dat de volbloedig-
van het uitwendige leven ons almeer op bedenkelijke bloedarmoê van den geest te staan komt. Niet dat er niet gedacht en gezonnen, niet gezongen en geschreven wordt. Veleer schittert de empirische geleerdheid als nooit, wordt algemeene kennis in steeds wijder kring verspreid, en is de beschaving denk slechts aan Japan, schier verlegen met haar veroveringen. Maar ook het intellect is de geest niet. Onze persoon ligt in ons wezen dieper, en het is in dit verborgene van ons wezen, waar het karakter zich boetseert, de geestdrift opvlamt, de zedelijke vastigheden geplaveid worden, de liefde haar bloemknop ontluiken doet, de toewijding en het heroïsme ontspringen, en in de richting naar den Oneindige zich de poorte uit het tijdelijke naar het eeuwige aanzijn ontsluit, dat onder alle natiën geklaagd wordt over verarming, inzinking en versteening. Een geest als Von Schopenhauer is uit die pijnlijke malaise geboren, en de bijval, dien zijn pessimisme vond, toont maar al te beschamend hoe ver en breed deze doodelijke Sirocco de velden des levens reeds verzengd heeft. Het is zoo, in Tolstoy's pogen spreekt karakterbezieling, maar ook zoo toch is mede zijn optreden één doorloopend protest tegen de geestelijke verbastering van ons geslacht. Von Nietzsche moge u ergeren door zijn spotten met den Christus en zijn minachting voor wie zwak is en lijdt, maar toch wat klinkt ook in zijn roepen om den „Uebermensch" u scheller tegen dan de klacht der wanhoop, door den mensch, gelijk hij nu geestelijk verheid
kwijnt, in verbeten bitterheid geslaakt?
Ook de
Sociaal-democratie,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's