Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 140
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
132 heersehapjiij over de geheele toen bekende wereld veroverd had. En in verband hiermede sprak het zoo sterk, dat, onder de leiding des Heeren, de keizerlijke macht alsnu haar eigen oordeel boven het kruis van Jezus liet aanslaan. Of is het niet zoo, dat juist in het Koningschap, dat de Christus van zijn Grod ontving, de meest volstrekte en de scherpste veroor-
met wapengeweld de
deeling lag van heel Eome's keizerlijke macht? Zeker, het was zoo niet bedoeld. Naar Pilatus' bedoelen was dat opschrift een woord van spot en hoon. Maar zoo is het telkens in dit heilig drama. Cajaphas spreekt van ..één die sterven moet voor al het volk," en Pilatus schrijft van den „Koning der Joden" en in dit ondoordacht woord van Cajaphas en van Pilatus, spreekt Grod, als door zijn onwillige instrumenten, zijn heilig mysterie uit. ;
Aldus stond de tegenstelling ten opzichte van Eome's maar anders stond het in Messiaanschen zin. „De Joden", zegt heel iets anders dan „Israël".
keizer;
is, voor het volk uit Abraham gesproten, de heilige, de zelven aan dat volk gegeven naam. „Joden" gingen ze heeten, toen hun eere vervallen was, toen vreemden over hen heerschten, toen de staat door Mozes geordend te niet was gegaan, toen hun geestelijk ideaal was verdonkerd, en toen ze hun hoogste verwachting stelden in de komst van een aardschen Messias, die een rijk van aardsche glorie voor hen zou oprichten. Zoo was Herodès, de zoon van Edom, koning der Joden geweest. Maar zoo is de Messias van den Psalmist, zoo is de Messias der
„Israël"
door
God
profeten niet. Hij zou zijn de spruit uit den afgehouwen tronk van Isaï, de Koning Israëls. Tusschen het Sanhedrin en Jezus was daarom de tegenstelling niet Koninc/ of Keizer, maar Koning der Joden of de Koning rem Israël. En zoo Verstaan, was dat opschrift boven het kruis een smading. De naam van den ralselien Messias geplaatst boven het kruis van den Messias, die door God over Sion gezalfd was.
De
taal der zelfverblinding.
blindheid voor het Godsrijk, voor het Koninkrijk der hemelen, alleen voor de herstelling van den verbasterden, van zijn oorsprong vervreemden Joodseheii staat. A'^an
met oog en oor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's