De overheid - pagina 442
LOCUS DE MAGISTRATU.
424
heid doorging, zoo zou deze dubbele uitspraak toch alleen toepasselijk zijn op die öf valsche wonderen hadden gedaan, óf als Godsgezanten zich
personen,
hadden aangediend, en volstrekt
op
niet
hardnekkige aartsketters,
allerlei
b. v.
op Servet, Over deze plaatsen willen we dus gaarne nader handelen, als er zulk een toovenaar of tweede Mahomed onder ons mocht opstaan. Voorshands, in het tegenwoordig debat, hebben we daaraan niets. En dat te minder, omdat deze beide plaatsen volstrekt niets melden van voorafgaande waarschuwing, zachte niet
bejegening,
een
of
om
last
eerst in het uiterste geval tot doodstraf voort te
maar zonder eenige verzachting
schrijden,
of exceptie,
zoodra het
feit
bewezen
was, altoos doodstraf eischen.
Zoo
der
vraagstuk,
anders
dat
dus,
blijkt
plaatsen
Heilige
voorkomende
dan
gedood worden
zal
de vreemdeling
Naam Bij
;
zijn, gelijk
de inboorling,
hem
als hij
zekerlijk steenigen
den
NAAM
in
;
alzoo
zal gelasterd
het doodsbevel voor dengene, die opzettelijk den
deze uitsrpaak der Heilige Schrift nu, onderscheiden Sloeg
geldt dit
.
dit
gebod op
uitroeiing
gebod nog ?
is
De
heer
drie vragen
en
;
mannen als Michaël Servet? Van Velzen beroept zich op deze plaats (of sluit
hen, die er zich op beroepen) zij
van
we wél
afgoderij en valschen godsdienst?;
het toepasselijk op
30.
om
:
gehandeld? En
Wordt dan
in dit
gebod des Heeren
al
valt het moeielijk in te zien,
zou kunnen duiden.
zin
Er
is
zich althans aan
den plicht der Overheid waar
„moet uitroeien alle afgoderij en valschen godsdienst.
dus gevraagd
dien
gelasterd zal hebben, zal zeker-
zal
des Heeren zal gelasterd hebben.
10.
dat
over den godslasteraar,
uitspraak
de gansche vergadering
houdt dus
tekst
2
bij
éénige
in geschil zijnde
eenig nader onderzoek weinig
gedood worden."
zal
hij
de ééne en
bij
„Wie den Naam des Heeren
lijk
Deze
hem
in
Lev. 24 VS. 16:
hebben,
voor het tusschen hem en ons
niets heeft, en dat
letterlijk
overblijft
de heer van Velzen aan zeven van de acht genoemde Schrift
dan
te
maken,
Allereerst dient
van deze misdaad
niet
hoe men
dit
doodsbevel
in
sprake van lastering van den Verbonds-
den naam „Jehovah" had de Eeuwige God op geheimzinnige wijze de Verborgenheid van zijn Wezen uitgesproken en dezen heiligen naam van
naam".
In
JEHOVAH Nu
trad
aan er
zijn
bondsvolk toevertrouwd.
een zoon van Selomith op, een vrouw
uit
den stam van Dan,
gehuwd was geweest met een Aegyptenaar, en deze geraakte in twist met een Jood, en te midden van dat gekrakeel ontzag deze man uit Aegyptischen bloede zich niet, om opzettelijk dien naam van Jehovah te belachen,
die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's