Het Calvinisme - pagina 94
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
90
zelfs uit zijn thetische verklaring:
quibusdam
dandam
fatemiar
„Scimus
tantum manifesta impietas
sufficere, ut
tres esse
esse veniam, aliis
errorum gradus,
et
modicam castigationem
capitali supplitio plectatur.^)
bestaat drieërlei afwijking van de Christelijke waarheid; een
D.i. er
geringe, die kastijding
men
moet
stil
moet
hersteld,
crimineel gestraft worden".
laten begaan, een matige die
en
door matige
alleen vermetele goddeloosheid
Een nog
moet
altoos harde uitspraak, ik geef
maar dan toch een uitspraak, waarin principieel de zichtbare eenheid wordt prijsgegeven, en waar die eenheid breekt, daagt de
het toe,
vrijheid vanzelf.
Van oudsher lag de ongebroken eenheid der Kerk gegrondvest in de overtuiging, dat de belijdenis die men beleed de absolute belijdenis der Waarheid was en aan deze zinsbegoocheling ontkwam ook het ;
opkomst niet. Juist echter overmits het verbreken van de eenheid der Kerk vanzelf het relatief karakter ook van elke bijzondere belijdenis aan het licht moest doen komen, heeft Calvinisme
bij zijn eerste
het Calvinisme door een pluriformiteit van kerkformatie mogelijk te maken, de beperktheid van ons inzicht ook bij de Belijdenis der Waarheid aan het licht gebracht.
we
thans de theorie zelve ter de roeping der Overheid in geestelijke dingen V. tegenover God, 2. tegenover de Kerk, en 3. tegenover de enkele personen. Wat nu het eerste punt betreft,
Zooveel
over
toetse en bezien
zoo
brengen
de
feiten,
we
achtereenvolgens
de Overheid „Dienaresse Gods". Ze moet God als Wien ze haar macht ontleent. Ze moet dienen door het volk naar zijn ordinantiën te regeeren. Ze moet en
is
blijft
haar Opperheer erkennen, aan
God
Godslastering, waar ze
hoon tegen Dat erkennen van Gods oppermacht doet ze door zijn Naam in de Constitutie te belijden, door zijn sabbat hoog te houden, door bid- en dankdagen uit te lokken, door in te roepen zijn Goddelijken zegen, en door aan de kerken haar bescherming te verleenen. Voorts om te regeeren naar
Gods
majesteit
het rechtstreeksch karakter van
aanneemt,
te
keer
gaan.
zijne heilige ordinantiën, is elk magistraatspersoon verplicht zelfde
rechten niet
>)
om
Gods
in het natuurlijk leven
en in
zijn
Woord
te
onderzoeken,
zich aan de uitspraak van eenige Kerk te onderwerpen,
Tomé
VIII. p.
516c Ed. Schippers.
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's