De engelen Gods - pagina 154
TRONEN EN OVEHHEDEN.
150
doelende op de engelen wereld en op de Machten die over en in deze en gelen wereld besteld zijn. Voeg hierbij dat in Dan. 10 13 Michaël genoemd wordt »een der Vorsten \ alsook dat en het feit valt niet langer te elders van een Archancjel sprake is
op
dan
te vatten,
als
:
—
dat
loochenen,
metterdaad
ordening,
zekere
bekleede
de
zekere indeeling
onder hoofden gesteld
engelen
in
en
zijn,
engelen,
dat
als
engelenwereld in
gewezen wordt op
slagorden en legerscharen, die
deze met macht
Tronen,
over
him medeOverheden,
Heerschappijen,
Machten en Krachten worden aangeduid. Wat de Heere Jezus in Gethsemané sprak: »0f weet gij niet, dat ik mijn Vader nu bidden kan, en Hij zal mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten," wordt, wel bezien, ook eerst bij deze opvatting recht verstaan. Een »legioen," toch is niet de naam voor zeker cijfer, maar was bij de
Romeinen de vaststaande militaire benaming voor wat wij een regiment noemen. Heeft nu een aannemer bij ons voor een groot Averk 12,000 werklieden noodig, dan kan hij dit niet uitdrukken door te zeggen »Ik behoef drie regimenten werklieden," eenvoudig omdat regiment niet enkel zeker aantal personen, maar altoos dat aantal personen in vaste indeeling en onder vaste hoofden aanduidt. Zegt Jezus nu desniettemin, dat zyn Vader hem twaalf legioenen engelen zou kunnen :
bijzetten, en qualificeert hij alzoo de engelen Gods, als
van
Romeinsche leger vergelijkbaar, dan
het
met de legioenen hier
ligt
vanzelf in
opgesloten, dat de engelen Gods, op soortgelijke wijze als de krijgslieden in slagorden zijn ingedeeld en strijden onder vaste hoofden.
In verband hiermede
zij
er op gewezen, dat de Satan in de
dagen
van Jezus den naam van Beëlzebub droeg, en door dien naam van de andere demonen onderscheiden en boven hen verheven was; een voorstelling die Jezus niet bestrijdt, maar staan laat, daar hij zelf den
naam van
Beëlzebub voor Satan bezigt. Beëlzebub nu
uitspraak voor den
Baiil
Zebub, dien
we
in 2
Kon.
1
is :
een verzwakte
2 leeren
kennen
als een afgod, die door de Philistijnen te Ekron vereerd werd. LetDe Baal van de vlieg; iets wat ons vreemd terlijk beteekent deze naam :
klinkt,
maar
zich gereedelijk verklaart, zoo
men denkt aan
de schrik-
soms in allerlei sevleuo-eld insect over menschen en beesten komt. Onder die vliegen. moet men dan ook hier verstaan, niet onze gewone, tamelijk onschuldige vlieg, ]aaar de steekvlieg uit de Levant en voorts alle giftig-
kelijke plaag, die in het Oosten, onder heeter klimaat,
stekend gevleugeld insect, zooals muskieten enz., die in deze streken het
leven
in
zomerweelde
nu
zijn
den zomer zoo ondraaglijk maken en het genot van de bij
dagen en
bij
niet altoos even sterk.
nachten vergallen. Zulke insectenplagen
Soms
zijn
er weinig giftige vliegende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's