"Ons program" - pagina 319
-
onder
zaat
was,
hoogheid
dezelfde
303
LANDS DEFENSIE.
's
men
gevoelde
zich lotgemeen en één.
Een drijven van het bloed, een zedelijk instinct, een overgeërfde hartstocht, ge
zoo
patriottische
in
kern
vormde;
en
minachting van den vreemde,
in onbillijke
van
zelfverheffing en engheid
wezen niettemin
en
helden
soms terdege
die
wilt,
maar
blik ontaardde,
die, in
en tot bezielen in staat, geestdrift wekte;
pittig
oogenblik van gevaar de landskinderen ineensmolt
in
één machtig geheel.
tot
Aldus werkte
middelpuntzoekende
een
volk
elk
in
er
kracht, die het
onderscheid tusschen de volkeren en het verschil tusschen de natiën scherp
binnen
afteekende; ginds
door
en
men
de grenzen beseffen deed, dat
buiten
hier en
anders bedoelde; iets anders gevoelde; een ander was; en juist
iets
concentreeren van de nationale levensexistentie op wat haar onder-
dit
scheidend kenmerkte, bevorderlijk bleek aan die dieper ingravende karakter-
vorming,
een
levenstaak,
dan geboren
eerst
die
eigen
wordt, als het bewustzijn van een eigen eigen doelwit te hebben, in de volks
een
roeping,
consciëntie ontwaakt.
Niet
na te. bootsen wat de vreemde voordeed, maar
in
kelijk
en
streven
het
richtsnoer;
volk lust aan zijn
elk
alom in
zich zelven en dus anders dan anderen te
en
zijn kunst,
en
oorspron-
het eigenaardige uit; had
en vertoonde zich
zijn arbeid;
van het veelvormige, die u toespreekt en een gedachte
die rijke pracht
en in eigen levenstype u bewijs levert van zelfstandigheid
draagt
zich
kwam
en juist daardoor
erf,
in
school voor dat
zijn,
en reden van bestaan.
Toen wist men nog wat „heimwee" was!
men
Verstond
de zieldoordringende klaagzangen nog van den „balhng"!
En „Oost
west,
thuis
raansachtige
groet
aan
toch
hart
zijn
in
lei,
was toen nog de
best"
vaderlandsche
de
kusten,
Amen
en waarop een
wel ietwes zee-
platte,
maar waar „.Janmaat"
weerklonk
uit de borst
van
al
ons volk.
Volkerenrecht.
§ 226.
Uit
dit
nationaliteitsbegrip
nu werd
destijds vanzelf het besef geboren,
dat er een „recht der volkeren" bestond.
Immers, vormde elke natie een eigen organisme, door een eigen gedachte
geleid,
Godswege weer
door
eigen
hartebloed
tot
een
eigen
levenstaak
vanzelf,
dat
deze
volkeren
moesten komen, dat
een
ze,
van één
hoe
machtiger geheel;
geroepen,
over
hoe één goddelijk
onderscheiden
in
en
bestel
spanning
dan
weer aan
gezet,
sprak
wel allen
het
tot
van
toch
ook
het inzicht
gemeen was, en
van aard en wezen ook, toch weer; in
en
als deelen
een hooger volkerenverband besloten lagen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's