De overheid - pagina 305
§ Het
ius
Neemt men
opkomen.
alle
a/jx,>7
een
steunpunt,
^1
gezag,
dan heeft ze
van de Overheid
is,
zich
heeft
dan haar God.
zich
heeft
met het recht
wel souverein, wanneer
De den
uitdrukking
persoon
maar dat
hij
dit
zelf
dat
zij
een
in
Die
is
zal
in
van
exceptioneele
ten opzichte van de aarde niemand boven
te
hij
gebieden,
is
hij
geen souverein, omgekeerd
niemand boven zich
geene voortreffelijkheid
is,
in zijn
iets
meer
waarom
hij
uit
de
n.1.,
y-py^q
dat er in
ontvangt, niet
c/.pxn
n.1.
toch ook Overheid.
door
optreedt,
monarchie of Caesaristisch, ze komt altoos op
republiek,
hij
persoon aanwezig, maar door het Wel-
Onverschillig in welken regeeringsvorm de
de volgende §
is
heeft.
divino, en elke Overheid bestaat als zoodanig iure divino.
komt
De
deze verkrijgt door de vrijmachtige beschikking Gods,
behagen des Heeren. in
ius liumanuni
heeft daarentegen het gezag
;
het ius divinum.
in
de Gratie Gods drukt nog
bij
geen
Zoolang iemand een menschelijken persoon boven
een of andere qualiteit of conditie
hetzij
inzinken moet
dit alleen
'/.pxn uit
dan neemt men den grond weg van
dit niet aan,
zoodat
287
regiminis forma.
divinum van de Overheid duidt aan, dat de
l<an
positie
De
9.
iure
Een tweede quaestie
hoe het staat met den gemeenteraad van Amsterdam. Is
die
nu Overheid
bij
de Gratie Gods ?
Daarom
de volgende § gehandeld worden over de gradaties en de verbinding magistratus inferiores met de magistratus superiores. De gemeenteraad
van Amsterdam heeft eene Overheid boven
zich,
daarom
is hij
geen Souverein.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's