Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 150

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE KUNST

146

de artes liberales gaven zijn, die God „promiscue piis et impiis ^) i. door elkaar en onverschillig aan geloovigen en niet-geloovigen heeft toebedeeld, ja die blijkens de historie zelfs in milder mate juist buiten den geloofskring geblonken hebben. „Deze uitstraling van het Goddelijk licht," zegt hij, „greep naar de ervaring ons leert, vaak juist het krachtigst plaats in ongeloovige volken" ^). En dit nu juist keert de orde van zaken om. Bindt ge het hooge kunstgenot aan de wedergeboorte, dan is deze gave uitsluitend het deel der geloovigen, en moet ze kerkelijk blijven. Ze vloeit dan uit de particuliere genade. Maar oordeelt ge, met de ervaring der d.

voor oogen, dat ook het hoogste kunstgenie tot de natuurgaven behoort, en alzoo tot die uitnemendheden, die, in weerwil van de zonde, door de algemeene genade in onze menschelijke historie lijke

natuur

bleven

geloovigen

om

dan volgt

uitblinken,

hieruit, dat

ongeloovigen bezielen kan, en dat

en

de kunst beiden

God

vrijmachtig

onder Heiden- en Christenvolken uit te deelen naar zijn vrijmachtig welbehagen. Dit geldt dan niet alleen van de kunst maar van alle natuurlijke uitingen van het menschelijk leven, gelijk blijft

dit

bij

name

vergelijkt.

slechts In

het

ze

uitkomt, zoo ge in de oudheid Israël met de volken

Wat

boven

het

heilige

alle volken,

betreft,

maar

is

Israël

uitverkoren, en niet

alleen onder alle volken gezegend.

stuk der Religie bezit Israël niet slechts meer, maar alleen

de waarheid, en gaan alle andere volken, zelfs de Grieken en Romeinen, onder de heerschappij der leugen gebukt. De Christus is niet deels uit Israël en deels uit de volken, maar uit Israël alleen. De zaligheid is uit de Joden. Maar zoo rijk als Israël op godsdienstig gebied schittert, zoo verbleekt zijn gelaat, als ge zijn kunstontwikkeling,

zijn

wetenschappelijke ontwikkeling,

zijn latere

en staatsontwikkeling, de ontwikkeling van zijn handel en nijverheid met die der omliggende volken vergelijkt. Dat Hiram uit het Heidenland naar Jeruzalem moest komen, om Sions tempel te bouwen, is hier welsprekend. Een Salomo, in wien de wijsheid rijks-

Gods was,

wist niet alleen, dat Israël op bouwgebied achterstond,

maar erkende

dit door van elders hulp in te roepen, en toonde door heel zijn doen dat Hirams komst niet een gemis verried waarover hij zich schaamde, maar een natuurlijk iets was, dat in

ons

Gods >)

bestel lag

Inst. Rel.

opgenomen.

Christ

I.

IV §

34.

2)

Calvini Opera ed. Brunsv.

Tom XX III, p. 99.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's