De engelen Gods - pagina 262
DE ROEPING DER ENGELEN.
258
klanken, maar
in de
Worden
bestaat.
zoomin
uitgegalmd, dan
klanken
enkel
er
er geen lof,
is
een orgel, welks spel door geen zang begeleid wordt, in
als
eigenlijken
God loven kan. De eigenlijke lof mag dus niet in maar moet in de zielsstemming gezocht. Die ziels-
zin
stemgeluid,
het
toch immers niet in het uitbrengen van stemming en de innerlijke beweging onzer ziel
loven
eigenlijke
het
dat
stemming,
die
God
is
trilt,
beweging der
innerlijke
denkbaar
ook
die
ziel
vreugde voor
van
ons het zwijgen opgelegd, ook
al is
bij
de engelen Gods.
stomme en stemmelooze, en derhalve ook bij dus eigenlijk geen moeilijkheid. God luistert niet naar den toon, maar beluistert de uitademing der ziel. En zoo nu ook loven de engelen Gods den Heere hun God in de innerlijke bewegingdes geestes, en God die zelf Geest is, vangt op geestelijke wijze deze den
Er
bestaat
uiting
Op
waarheid. tong
om
om
best,
in
komedie
Vandaar dan
ook dat
die
ook
ook
Ook moet toegegeven,
de
zij
die zingen iets
innigs
buitenstanders getroffen
stomme
een
dat
en
het orgel niet
al is
gansch eigenaardig schoon, vaak
ziel
gezang van de Psalmen
het
der geloovigen,
waardoor
heeft,
nemen,
Een vogel zingt enkel
die het bespeelt geen virtuoos, en al zijn
en
de
veel kerken
te
brengen, maar een mensch zingt met
te
vergadering
de
roerends
worden.
buitenaf
die
uit de
?net
leefde zijn ziel geheel buiten de heilig-
al
uiterst gebrekkige zangers, een
en
man
een
ontegenzeggelijk af te keuren.
is
beide.
in
natuurlijk ook hierin een deel
ligt
gewoonte
de
had,
den klank voort
Davids
Nu
voorzanger
stem
prachtige
lichaam
te
en
aan,
als
heden Gods,
—
op.
het loven nid het hart, meer dan op het loven
komt het
insloop,
een
geesten
der
zeer wel inwendig
zijn
God
kan loven, en dat een doodelijk kranke, of ook een stervende
die
niet
meer spreken,
laat staan zingen kan,
van den lof des Heeren innerlijk vervuld kan
Maar
we
geven
al
dit
volmondig
dat zulk zwijgend van vreugde voor
onze
om wat
innerlijk
zelf gezegd
die
het
Verbonds
den
schepping
oor
de
wordt
drang
niets
zoo
Avel
toch staat hier tegenover,
in de ziel trillen, slechts in
loven
kan dragen; dat God zelf
de behoefte in ons gelegd heeft,
ook
in
klanken
te
uiten; dat
God
want dat Hij ook hoort; en dat de vromen des Ouden bang werden aangegrepen als door de
naar
geplant heeft,
door
en
ziel vervult,
ook
God
naam van
den
zin
overdrachtelijken bij
toe,
daarom toch zeer zijn.
de
klanken
te luisteren,
hun sterven, en tot aan de wederopstanding, tot dezen luidkeeUchen lof onbekwaam zouden zijn. Ze wisten, dat ze in hun sterven hun lichaam zouden afleggen, dat ze hun stem zouden
gedachte,
verliezen,
dat ze na
en
dat dus in het graf niemand den Heere loven kan.
Wel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's