De engelen Gods - pagina 129
125
DE KEXXISSE DER EN'GEEEX.
oemeente is
hun door de Er
wijsheid Gods in het verlossingsAverk, wordt
veelvuldige
op
Christi
aarde
van lieverlee bekend gemaakt.
eerst
een diepte in het Verlossingswerk, waar ze begeerig zijn in te zien,
maar
op den bodera peilen, omdat
die ze nooit tot
als zelveu
ze,
geen
verlossing behoevende, het wezen der verlossing van een zondaar nooit
kunnen
Ja,
verstaan.
in zijn
met niets neemt ze dus ook
te
:
in zijn eigene
macht gesteld
wordt
ze
door
Deze
heeft."
Ze begint
de engelen Avel terdege toe.
bij
Allengs
zijn.
32
:
Middelaarsbewustzijn) noch de engelen Gods,
Zoon (t. w. omdat de Vader die ure soort kennis neemt dus
de
ook voor de engelen verborgen blijft. »Van die ure weet niemand, noch
die
is,
Mark. 13
Hij sprak toch in
zegt de Christus aan zijn jongeren, dat
zelfs
kennis
zekere
een
er
openbaring
verrijkt, en
den loop der gebeurtenissen toe. Op dit stuk is er hen wel vermeerdering, wel toeneming, wel wasdom, en verschilt niet alleen de ééne engel van den andereu, maar ook dezelfde engel in de verschillende tijdperken van zijn aanzijn. door
bij
Hoe komen nu tweede
die
Om
uit ?
bepaalden tot
de
Adam
en
kennisse,
we ons
zoo straks
het bespreken der eerste soort kennisse
bij
het onderscheid tusschen goed en kwaad, lief en
van
en onrechtvaardig. Maar, gelijk
onlief, rechtvaardig bij
engelen aan die eerste, en hoe komen ze aan
ook hoever strekt beider terrein zich vergelijking met den mensch te kunnen volhouden,
kennis
de
de
soort
men
weet, strekte
deze rechtstreeksche kennis zich nog veel verder
ze in het rijk der heerlijkheid
ook
uit,
en zal
den mensch een veel grooteren
bij
omvang hebbeu. Als God de dieren tot Adam brengt, om te zien ze noemen zou, blijkt Adam een kennis van de dierenwereld lioe hij te
bezitten,
die niet
geboren werd uit de waarneming der uitwendige
kenmerken van een leeuw, een die
hem ingeschapen
dieren geeft,
doorziet,
waarin
we
hun
en
dat
stier,
was, zoodat
den
naar
wezen
hij
wordt
een arend enz., maar een kennis, onmiddellijk het icezen van deze
aard van dat wezen zulke namen
Ook
uitgedrukt.
óns toegezegd,
is
door een spiegel in een duistere rede, of duistere zaak, maar dat de tijd komt, dat we kennen zullen gelijk we gekend zijn. Gekend nu van God zijn we, niet doordien God ons waardat
thans
wel zien
als
neemt,
en alsnu door die waarneming ons
dellijk,
daar
God ons wezen doorschouwt
leert
en
kennen, maar onmidheel
ons
doorgluurt. AVordt alzoo ons toegezegd, dat we in het lijkheid
hierin
in
gelijken
uitgesproken,
zin zullen kennen, als
dat
ook
wij
we gekend
bewustzijn
rijk der heerzijn,
dan
ligt
alsdan het geheel der schepselen,
dat ^met 'ons in organisch verband staat, evenzoo onmiddellijk zullen
kennen.
Natuurlijk
niet
op
dezelfde
wijze als
God ons
kent,
want
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's