Het Calvinisme - pagina 126
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
122
Het verliest zich daartoe niet in doellooze apologetiek; het den strijd niet af naar een gevecht om een der buitenwerken, maar gaat aanstonds terug op het menschelijk bewustzijn waarvan ook de man van wetenschap als zijn bewustzijn heeft uit te gaan. Dat bewustzijn is, juist tengevolge van het abnormaal karakter der dingen, niet in allen hetzelfde. Ware het normale niet verbroken, alle bewustzijn zou een zelfden klank geven maar feitelijk is dit niet zoo. In den een spreekt krachtig en sterk het zondebewustzijn, in den ander spreekt het óf zeer flauwelijk, óf ganschelijk niet. In de een spreekt beslist en klaar de geloofszekerheid, als vrucht van wedergeboorte, in den ander ontbreekt zelfs het besef hiervan geheel. En zoo ook in den een weerklinkt luid en op vasten toon het Testimonium Spiritus Sancti, terwijl de ander verklaart hiervan niets
wijst.
leidt
;
Deze
te
ontwaren.
en
dit getuigenis
drie, dat
zondebesef, deze geloofsverzekerdheid
des Heiligen Geestes, zijn voor den Calvinist met
gegeven. Ze
vormen
den onmiddellijken inhoud van. Zonder die drie bestaat zijn zelfbewustzijn niet. Dat wraakt nu de Normalist, dringt zijn bewustzijn aan óns op, en eischt dat we een bewustzijn hebben zullen, aan het zijne gelijk. Iets wat op zijn standpunt niet anders kan. Gaf hij toch toe, dat ons bewustzijn en het zijne kon verschillen, zoo had hij de breuke in het normale erkend. Wij daarentegen dringen hun ons bewustzijn niet op. Want wel houdt Calvijn staande, dat er een zaad der religie in aller hart schuilt, en dat de sensus divinitatis, beleden of onbeleden, in oogenblikken van spanning aller ziel doet beven, maar overigens is het juist zijn stelsel dat het menschelijk bewustzijn in den man die gelooft en in den man die niet gelooft, niet kan overeenstemmen, maar moet verschillen. Wie niet wedergeboren is, kan geen wezenlijke kennisse van zonde hebben, en wie niet bekeerd is, kan geen geloofszekerheid bezitten wie het Testimonium Spiritus Sancti mist, kan niet gelooven in de Heilige Schrift; en dit alles naar de snijdende uitspraak van den Christus zelven: „Wie niet wedergeboren is uit water en geest, kan het Koninkrijk Gods niet zien" zelfs; of naar die andere uitspraak van den apostel: de natuurlijke mensch kan niet verstaan de dingen die des Geestes Gods zijn." Calvijn verontschuldigt daarom de anderen niet. Eens zullen ze in hun eigen consciëntie overtuigd worden van ongelijk. Maar voor het feitelijke van den toestand hebben we dan toch met tweeërlei menschelijk bewustzijn te doen: dat van den zijn
bewustzijn
zelf
er
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's