Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 161

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

„ZE AVETEN NIET

Dat

WAT

158

ZE DOEN."

was iets bijkomstigs. hoogepriester in Cajaphas' plaats geweest, had ik op Pilatus' rechterstoel gezeten, was onze derde man viervorst van G-alilea geweest, hadden onze kinderen en dienstboden om dat kruis gestaan, unj allen saam sondeii c/eJieel lief zelfde f/edaan liehhen wat nu die ongelukkigen deden. Het was de zonde, die we allen gekoesterd hebben, die deze personen slechts als haar instrument gebruikte. juist deze personen het deden,

A¥aart

gij

En daarom Juist

toen

woonden.

die instrumenten zijn bijzaak. Dat zij juist toen leefden. die eereposten bekleedden. Juist toen in Jeruzalem En naar Golgotha uit nieuwsgierigheid uitliepen. Dat

alles is bijkomstig.

Die op Golgotha haar onheiligen zin vertoonde, en den gruwel deed, was de zonde des menscJien. En daarom bidt Jezus voor hen, dat dit bijkomstige niet juist oordeel voor eeuwig verzware. Zoo als het ons oordeel, tenzij we ons belieeren, eeuwig drukken zal, zoo zal het ook hun oordeel drukken. Niets minder, maar ook niets meer, want dat meerdere juist heeft Jezus voor hen weggebeden. J'ader, vergeef liet hiin, want ze ireten niet wat ze doen. En dan zijn er nog kinderen Gods, die voor zich zelf alleen met

hm

hun hun

leimiste

als die er, om de stompheid van niet zijn, nauwlijks drang tot het bidden

zonden rekenen, en

hart, voor

hun besef

kennen. Alsof wat Jezus toen bad, ook voor ons niet gelden zou. Zonden die we kennen en beleden, maar ook, en reel meer nog, bergen van zonden, die voor onze rekening liggen, en waar we geen flauw besef van hebben. En daarom is het zoo zaliglijk vertroostend, dat er Eén is die leeft om ook voor ons te bidden. Te bidden ook voor ons, dat stil gebed van Golgotha Vader, vergeef het mijn verlosten, wmnt ze weten niet ivat ze doen! oui schuldvergifFenis

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's