Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 173
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
,,MIJX
165
EEXZAME."
En toch, hoe diep dan onze ziel ook onderduikt en dreigt te versmoren in haar doodelijke benauwing-, toch is het voor een kind van God nooit een eenzaamheid als eens Jezus doorworstelde. Zoo dikwijls we opgaan naar den heiligen Disch roept onze kerk in haar formulier aan al haar kinderen zoo hartroerend toe „Die van zijn God verlaten wierd, oiy(]((t trij ?iiminer>iiecr rerJnlen zovden :
f" dat roepen van het heilig Nachtmaal klinkt na, ook als we in de eenzaamheid nederzitten en het heimwee naar syujipathie ons hart saamwringt. A'oor ons is er in onze eenzaamheid altoos onze Heiland, wiens eenzame eens zoo onuitsprekelijk verlaten wierd om onzentwil. /(•orden
En
voor hem was er in dit eenzame niets. onzentwil was door den vloek alles voor hem afgesneden. Zelfs zijn Vader die in de hemelen was. En al wat hem bleef was „het geweld des honds", d. i. van den schandelijk geworden mensch, die in die eenzaamheid en in die zielsbenaiiwing den heilige Gods nog aan dorst keffen en aan jNIaar
Om
dorst bassen. o,
met zijn
Uw
Heiland heeft zoo onnoemlijk diep geleden, toen hij alleen eenzame was, en dan die hondsche inensch, die hem in zielsbenauwdheid nog sarde zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's