"Ons program" - pagina 81
DE OVERHEID. verre
boven volslagen regeeringloosheid. En regeeringloosheid,
verkieslijk
men weet
kan
het,
niet alleen ontstaan door een revolutie
met leuzen en ideeën aarde
constitutioneele toestanden, waarin
er
meer
al
om
toe,
gezegde
eigenlijk
r e
g
m
n
i
e e r e n,
s t r e e r e n,
i
we van
administreeren
dat
juist
revolutie
en parlement!
in kabinet
geheel iets anders dan a d
is
met petroleum en
maar evenzeer door een
straatsteenen op het plein van het paleis,
Kegeeren
65
en de ont-
lieverlee geraken, leiden
den voorgrond en het
op
ongeoorloofde machtsoverschrijding of
als
overtollige weelde, op den achtergrond te schuiven
En
nu verheft de maatschappij
dit
aan een span niet ongelijk
vader,
zich
dat
is,
richt haar ten gronde.
met een zwakkeling
dat
zonder
teugels
voortholt.
tot
En
zonder gezag of autoriteit, aan
dat,
zenuw van
de
overgelaten,
zelf
een,
dan
ook geen rampzaliger volk
zoo
maar
niet,
Geen ongelukkiger gezin dan zulk
zijn
volkskracht
almeer voelt ver-
slappen.
Immers, snijdt
af en
door
men
standig zondige
hooge autoriteit op den troon,
besef van plicht
den wortel
onderdanen ontbreekt een zelf-
maar neemt met
betreuren,
dit
En
bij
natie.
dat
feit
die
geen ander, dan dat de
is
om eigen lust te volgen, voor het zin lijk e te leven minst niet om de hoogere belangen van het geheel te
het
in
weg.
niet
feit
der
deel
Men moge
loven.
het
neiging
zich
grooter
het
zedelijk
leedbetuiging
en
de
knakt daardoor de zedelijke veerkracht der verreweg
Bij
des volks het
hart
het
in
van
glippen
laten
dit
bekreunen, verreweg den meesten inwoners van ons goede land ten prikkel en
drijfveer
het
Een
is.
standpunt
om
feit,
dat
men
korter ook alzoo kan formuleeren: tot
doen „om Gods wil" klom nog slechts de
zijn plicht te
kleine kern der natie op.
En Gods,
mag
juist
nu omdat alle
bij
dit
volkeren
m
noch kan de
en
d d e
i
zv/ichten natiën, 1
1 ij
voor de o n de
m
i
d d e
1 1 ij
k e autoriteit
uitzondering der edeler geesten
k e vorm van die autoriteit
in het
is,
optreden
der overheid ontbreken, of alle plichtsbesef verslapt.
En vergeet het zich
aanstonds
niet; „verslapping
de
als
moeder van
van het plichtsbesef"
is
een euvel dat
kwaden
in
den gang van
vele andere
het nationale leven openbaart.
Werkt toch de heiliger
„niot
prikkel
mogen"
van
bijna
het
heilige
„moeten", of ook van het nog
onmerkbaar flauw, dan
keling hiermee vanzelf uit haar
slaat de volksontwik-
zedelijk spoor en wordt arm aan machtige,
.aan weldadige, aan degelijke karakters.
En
Vv-yi
men dan
toch
leven
moet en voor dat leven een uitweg moet
vinden, grijpt dan de droeve overgang plaats naar een geheel andere levens5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's