De engelen Gods - pagina 95
91
GEESTELIJKE WEZENS.
terugtrekken.
om
schijnbaar
eens
zich principieel in deze zienlijke wereld vast te zetten,
ten
die
toch,
ondergang
van
reeds
deele
dan juist het middel worden tot
en
gelukken,
zal
volkomen
den
openbaart de Heilige Schrift ons dat deze toeleg
Zelfs
van Satan,
zijn
rijk.
De
vreeselijke openbaring
maar vooral door Paulus ons
Daniël,
bij
gegeven wordt, over den »mensch der zonde" en den »zoon des ver-
met wat de Openbaringen ons over de heer-
derfs", toont in verband
schappij van het Beest en zijn profeet melden, dat waarlijk het laatste
woord
nog
in deze ontzaglijke worsteling
Zonder ons
niet gesproken
is.
spitsvondige en misleidende onderscheidingen op te
bij
houden, hebben we daarom nog steeds met onze vaderen
van
engelen
de
dat
hebben
in
Want
zienlijke wereld.
deze
nog even aan
punt
te belijden,
verstoken zijn en geen deel
alle lichamelijkheid
wel heeft men,
om ook
tegen deze belijdenis zich met
te stippen,
dit
name
beroepen op Matth. 14: 26, waar ons verhaald wordt, hoe de discipelen,
op zee zagen wandelen, waanden dat het een spooksel
ze Jezus
toen
was. Hieruit toch ziet ge, zoo zei men, dat de dicipelen, een lichamelijke
voor
gestalte
voor
geest
zich
zich
Hiertegen
hebben,
hun
naar
indien
ziende,
te
zij
discipelen vóór
oordeel
een
die
in
ze niet
geest
opgemerkt,
echter
hun
meenden iets wat
lichamelijke gestalte een
hadden kunnen wanen,
onlichamelijk
vooreerst
ware
geweest.
door
hetgeen
dat
aanstelling in het apostolaat gedacht of
de
gemeend
nimmer gelden mag
Jezus
als openbaring der waarheid. Ze waren tot gekomen, behej)t met de vooroordeelen van hun omgeving, en
het
eerst door Jezus' onderwijs, dat ze in de waarheid zijn ingeleid.
is,
is
Maar ook engel
ten andere, dat het allerminst aangaat een spooksel
Onder een
verwarren.
te
spooksel verstond
men
met een
steeds, niet een
maar den geest van een afgestorven mensc/i] die in verzwakt lichamelijken vorm rondwaarde. Zulke spooksels, die vooral voor
engel,
ontruste conscientiën zoo dikwijs opdoemden, zóó wezenlijk en scherp
geteekend,
naderen,
als
soms niets
zijn
in
dan
droomen
bange
vrucht
de
en
bedreigende het
gestalten
ons
voortbrengsel van onze
eigene vreeze, die zich met behulp van onze verbeelding een gestalte schept. Matth. 14
:
26 heeft dus niets hoegenaamd met het vraagstuk
van de lichamelijkheid der engelen te maken. Dat diepzinnige en zoo uiterst
gewichtige
vraagstuk,
is
door de gezag hebbende uitspraken
met volle zekerheid opgelost. gezegd heeft »Eeu geest heeft geen vleesch der
Schrift
:
dat ik Stelt
Het
blijft
bij
wat Jezus
en geen been, g^^ijk gij
ziet
heb.''
men nu
menschen
daartegen
over,
wat in den loop der eeuwen door
gezondigd en door menschen geleden
is,
enkel omdat
men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's