Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 171
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
,MI.J>
168
EENZAME."
klaagtonen opstoot uit zijn felbewogen gemoed. Evangelisten zeggen u wel, dat Jezus op het kruis gekermd heeft: ,,EIi, EU, Lama Sahachtani\ maar eerst de Psalmodie in Psalm 22 doet u de wereld van ontzettendheden, die achter deze diepe klaagtonen schuilt, verstaan. Zoo vangt ge ook wel uit Grethsémané, naar wat de Evangelisten u verhalen, een smeekenden toon op, waarin de Heere Jezus aan zijn onuitsprekelijk gevoel van diepe verlatenheid lucht gaf, als het „Kunt ge niet één uur met mij waken, mijne ziel tot Petrus heet maar toch den sleutel geheel bedroefd tot den dood toe!", is tot het lijdens-mysterie van dit diepe heimwee geeft u ook hier weer niet de Evangelist, maar de Psalm. Hoor maar! In dien Psalm klaagt Jezus uit nog veel dieper diepte der ziel, en noemt zijn ziel zelve „mijn eenzame", de ganschelijk „verlatene" daarbinnen. tot Ook in Psalm 25 klaagt deze ontzaglijke lijder: „Wend !" mij, Heere, en wees mij genadig, want ik ben ef?;«r«rwi en ellendig mijn ziele weder van „Heere, breng Ook in Psalm 35 heet het hun verwoestingen en mijn eenzame van de jonge leeuwen." Maar uit nog dieper diepte gaat toch het geschrei van den Man van smarte in Psalm 22 op: „Ked mijn eenzame van het geweld des honds." Met die „eenzame" bedoelt Jezus „zijn eigen ziel." Hij zelf is die „eenzame", die „verlatene", die op zich zelf geworpene en aan zich zelf overgelateue van geest. En eerst wie dit „mijn eenzame van het geweld des honds" in zijn schreiende diepte beluisterd heeft, die zal dan ook het Lamma t'Sahaclüani uit den aanhef van datzelfde klaaglied verstaan „o, (lod, mijn Grod, waarom hebt Grij mij, mij, eenzame, verlaten!"
Psalm o,
zelf de diepe
De
—
:
U
:
:
Verlatenheid werpt een onbeschrijflijke beklemdheid op de ziel. Dat ligt in onze menschelijke natuur. Zie het aan uw jonge kinderen maar, hoe bang ze soms zijn om alleen te wezen dat houden ze niet uit en als ge ze in bangheid te lang alleen laat, zouden ze een stuip van angst krijgen. Vooral zoo verdriet en moeite u nasluipt en onheilige machten naar u toe dringen, spreekt die behoefte naar het bijzijn van anderen ;
;
zich zoo machtig uit. Als er om middernaclit plotseling een hevig onweder losbarst, staan onwillekeurig allen op en kleeden zich aan en zoeken elkander. Allen saam en bijeen doorleeft men liefst dat bange dreunen van
de elementen der natuur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's