De overheid - pagina 423
De
§12.
magistratii in sua in ecclessiam relaüone.
van die keizers uitspraken,
er
keizerlijke
decreten, waarin
405 zich over de
zij
verplichtingen van den keizer ten opzichte van de kerk uitspraken, de rechten
van de Overheid tegenover de Kerk uiteenzetten. Deze uitspraken nu vinden we overgenomen door de Gereformeerde Dogmatici, en wanneer ze aldus beweren, aan de Overheden een
dat
ius circa sacra
toekomt, nemen ze de voorstelling
der paganistische wereld over, dat de Overheid waarbij de keizer het recht heeft in en
bij
in
zake staatsgodsdienst
de kerk op
beslist,
te treden.
is werkelijk allertreurigst, dat we om het ius circa sacra te bewijzen onze Gereformeerde Dogmatici een betoog vinden, v/aarbij ze zich beroepen
Het bij
:
Op „uitspraken der Schrift", die niets zeggen. 20. Op „tituli" der Overheden, die met de Kerk niets uitstaande hebben. 30. Op „getuigenissen" van Plato, Aristoteles en Cicero. 40. Op „exempla" van de koningen van Israël, dat evenwel in de theocratie bestond en welks koningen ingesteld werden om in de theocratie dienaren Gods 10.
hetgeen daarom niet op onze koningen van toepassing
te zijn,
en
50.
dat ze dan
om
het proces te winnen, uitkomende
is
met uitspraken van kei-
zer Constantijn, grond onder de voeten gevoelen, door zich te beroepen op mannen,
Heidensche
die in een
staat,
maar deze
gechristianiseerd, de paganistische idee
omtrent de verhouding van kerk en staat bleven voortzetten.
Wanneer we de
IV.
vinden
geschriften van onze Gereformeerde theologen nagaan,
we eene verdediging van eigenlijk twee elkander uitslui-
tende stelsels, aan den eenen kant van de libertas ecclesiae tegenover de Overheid, aan den anderen kant een inruimen van een recht van bemoeiing met kerkelijke zaken, ius circa sacra, aan de Overheid. Gaan we nu de verdediging van die twee beginselen bij onze Gereformeerde Vaderen beginsel krachtig,
zijn
klemmend en
te
is
hun
hebben
ecclesiae
opkwamen,
doen
warmte en bezieling geschiedde, dan ;
bij
taal onbezield, is
c.s.
in
werd
ons
zij
land
bepleit.
Nu
verdedigd in
zij
stelsel
hun bewijsvoering weinig
tegenover de theorie, die
gevoelen
ze,
dat ze gevaar liepen van in het
dat
uit
den vorm van het Arminianisme door
waar ze voor de
ze niet bedoelden in het
libertas eccle-
Roomsche spoor
stelde de libertas ecclesiae altijd hoog.
inzien,
zijn
de verdediging van het tweede
ze zwak.
gekomen,
Oldenbarneveld
Want Rome
mat,
zij
zijn
Libertas
Duitschland
siae
het ons, hoe de verdediging van het eerste
treft
geestdrift,
tune habent quod dicant
daarentegen
De
dan
na,
met
altijd
Om
te
geraken.
nu goed en duidelijk
Roomsche spoor over
te
gaan,
vindiceerden ze de zelfstandigheid van den magistraat tegenover de kerk.
Wanneer ze
zich
bij
die
twee punten gehouden hadden, d. w.
z. bij
de vindiceering
van de zelfstandigheid van den magistraat tegenover de Roomsche theorie en van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's