Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 252
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
INHOUD. Blz.
Hoofdstuk
XXV. Een worm en geen man XXVI. Zij kruisigden hem
.**".
.
.^.
.
.
121
.
125
XXVII. Jezus de Koning der Joden XXVIII. Zijn zelfs offerande
'130
135
XXIX. Mijne kleederen XXX. Met mij in het Paradijs XXXI. Ze weten niet wat ze doen XXXII. Verdroogd ah een potscherf XXXIII.
14Ü 144
140 154
158
Ik ben uitgestort als water
XXXIV. Mijn eenzame XXXV. Die voorbijgingen lasterden hem XXXVI. Hij was veracht XXXVII. Wonderbaarlijk omlaag gedaald XXXVIII. Vrouwe,
XXXIX. XL. XLI.
zie
uw
102
KJG 171
17ü '180
zoon
'185
Mij dorst
190
Alles volbracht Eli.
Eli,
Lamma
Sabachtani
l'.ti
XLIII.
Zonde voor ons gemaakt Vader, in uwe handen beveel ik mijnen
XLIV.
Gij legt mij in het stof des
XLII.
XLV. Omdat
hij
zijne
doods
ziel uitgestort
'l'-K*
geest.
204
....
209
heeft in den
213
dood
XLVI.
XLV II. En XLVIII.
218
Den kop vermorzelen
222
de aarde beefde
Moest de Christus niet deze dingen lijden?
XLIX. Jezus borg geworden L. Het bloed van Abel
^f i.
^:-
.
227
232 237
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's