Het Calvinisme - pagina 140
HET CALVINISME EN DE KUNST
136
wijsbegeerte
dien
naam waard, dat niet tot de uitgangen uit het Zoo ook geen eenheid in uw zedelijk bestaan
Oneindige dan door het gebonden zijn van uw innerlijk bestaan aan de zedelijke wereldorde, en geen zedelijke wereldorde denkbaar dan onder den indruk van een Oneindige macht, die de orde in deze zedelijke wereld besteld heeft. En zoo nu ook is er geen eenheid in uw kunstopenbaring bestaanbaar dan onder de kunstbezieling van een Eeuwig Schoon, dat uit de bron van het Oneindige ons toevloeit opklimt.
en ons tot het Oneindige opheft. Zoo kan er dus geen karakterisalomvattende kunststijl opkomen dan ten gevolge van de eigenaardige aandrift, die uit het Oneindige in ons innerlijk aanzijn werkt, en overmits nu de Religie daarin juist van intellect, zedelijktieke,
heid en kunst onderscheiden
den Oneindige
om
een eigen
in
is,
dat
zij
alleen de
gemeenschap met
ons zelfbewustzijn tot stand brengt, is het roepen verband met uw religieus beginsel,
kunststijl, buiten
eenvoudig ongerijmd. Versta het toch wel, dat de kunst geen franje aan het kleed, geen spel bij het leven, maar in dit leven een hoogst ernstige macht is,
deswege de hoofdvariatiën ook in haar levensuiting verband moeten houden met de hoofdschakeeringen in heel ons leven; en overmits nu die hoofdschakeeringen in heel onze menschelijke en
dat
juist
zonder uitzondering, door onze verhouding tot God worden beheerscht, zoo is het de kunst verlagen en de kunst onderschatten, zoo ge de vertakkingen, waarin de kunststam zich existentie, alle
splitst,
u buiten verband denkt met den wortel, dien
Ge
alle
menschelijk
dan ook hoe noch uit het Rationalisme der achttiende eeuw, noch uit de beginselen van 1789 een eigen voortgekomen, en, hoe hard het ook voor onze is kunststijl negentiende eeuwsche kunstwereld zij, ook al haar pogen om een nieuwen, eigen kunststijl te vinden, is op niets uitgeloopen, en nog altijd blijkt ze dan het schoonst te tooveren, zoo ze teruggrijpt naar de motieven van het verleden. En moet nu deswege reeds op zichzelf alle eisch afgewezen, alsof er, afgescheiden van het religieuse uitgangspunt, een eigen kunststijl kon opkomen, zelfs al ware dit leven bezit in God.
ziet
nóg zou het stellen van dien eisch aan het Calvinisme onzinnig zijn. Of hoe zoudt ge willen, dat een levensbeweging, die in het stellen van alle mensch en alle menschelijk leven voor het aangezichte Gods den oorsprong van haar kracht vond, op zoo uiterst gewichtig gebied, als dat der machtige kunsten, den stoot. anders, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's