Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 83
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„ZO:yD
HEM HENEN
TOT HERODES.
en als het den Keizer ter oore kwam, dat hij in een van hoogverraad den schuldige gespaard had .... wie weet, kon hem dit niet zijn hooge betrekking, misschien zijn leven kosten ? Daarom was een afleiding hem welkom, en die vond hij in briefd
zaak
Herodes.
Herodes Antipas
van Galilea en van een zoon van den Kindermoordenaar van Bethlehem, die in het Kerstverhaal voorkomt. Na diens dood was hij door den Keizer tot Regent van Gralilea benoemd, en het is onder zijn bewind en in zijn rijksgebied, dat eerst Johannes de Dooper, en daarna Jezus optrad. Hij bouwde zich een nieuwe hoofdstad in Tiberias, aan het meer van Genesareth, en voerde daar al de weelde en uitspatting in van een half-Heidensche stad. Zijn vrouw Herodias was zijn kwade genius. Eigenlijk hoorde Jezus dus onder het rechtsgebied van dezen Herodes thuis. En daar nu Herodes juist op dat oogenblik te Jerusalem op bezoek bij Eome's landvoogd was, viel het hem in, of hij zich niet van heel dit ongelegen proces af kon maken, door Jezus door te zenden naar Herodes als zijn natuurlijken rechter. Die moest dan weten wat hij deed. En zoo geschiedde het. „Verstaande dat Jezus uit het gebied van Herodes was, zond hij hem tot Herodes, die ook zelf in die dagen in Jerusalem was." het
Avas toentertijd Yiervorst
Overjordaansche.
Hij
was
Herodes stamde af van Ezau, in Jezus stond het zaad van Jacob voor hem.
Eeeds Isaac had het aan Ezau geprofeteerd, dat er nog eenmaal een tijd zou komen, dat Ezau over Jacob heerschen zou. „Op uw zwaard zult gij leven, en gij zult uw broeder dienen. Daarna zal het geschieden dat gij over hem hecrsclicti zulf." (Gren. 27 40). Die profetie was thans in vervulling gegaan. Het heldengeslacht der Maccabeën, of Hasmoneën, was door de Parthen onttroond, en de Eomeinen hadden Herodes den groote in de plaats der oude dynastie met het purper bekleed. Die Herodes nu, die nog heerschte toen Jezus geboren werd, was een Idumaër en Idumaër is de Latijnsehe naam voor een Edomiet, en Edom was Ezau. Half echt en half valsch was liet kenmerk van dit geslacht. Ook Ezau was uit Isaiic, en daarom uit Abraham, maar de Edomieten waren de verworpen zijtak. En zooals het met hun afkomst stond, zoo stond het ook met :
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's