De engelen Gods - pagina 57
VaX DË N*ATÜUR ÖER
hoogheid,
Gen.
in
1
heerschappij
is
het overige schepsel gehandeld.
al
1
breed en uitvoerig van deze
30
en
over
naar Gen,
nienschen redelijke en zedelijke
's
oorspronkelijke gerechtigheid" sprake
»
29
28,
:
nienschen
des
heerschappij
Die
staan van zijn
laat
wordt
is,
nog van
eer er
Zelfs
toegekend.
is
53
EN'CtELËN*.
26 en 27, waarin het beeld Gods het hoofdthema
:
mogen uitdrukken,
ter sprake komt, als we ons zoo
;
wat onze Confessie zoo uitnemend uitdrukte, toen ze al het geschapene voorstelde als geroepen om den mensch te dienen, opdat de
iets
mensch van
God zou
zijn
mensch,
den
dienen
metterdaad dus een onderkoningschap
;
van onzen Heiland weerklinkt
geschapene
het
al
Marcus 9: 23 zegt:
in
als hij
zeg ik u, dat zoo wie tot dezen berg zal zeggen
waar
heven en in de zee geworpen,
herboren
alzoo het
beeld
koning
wie
maar
hem gewor-
heelde des Zoons gelijkvormig wordt, en weer in zuiverder, klaarder trekken gaat verheerlijke verwachting, van met Jezus als
in
in zijn koninkrijk ja, met
heerschen
te
opge-
en niet twijfelen zal in zijn hart,
den
Gods
wegsterft
toouen,
Voor-
Deze macht, deze heerschappij nu treedt bij verzoende kind van God zoo weinig op den ach-
en
dat,
»
Word
zegt".
hij
tergrond,
:
zegt geschieden zal, het zal
zal gelooven, dat hetgeen hij
den, zoo wat
een
;
later zoo raadselachtig in het Avoord
macht waarvan de diepe gedachte
het
over
uitstrekkende
zich
hem
te
zitten
op zijnen
troon.
Er kan derhalve geen de minste heerschappij bijzaak
is
een
bijkomen,
der
maar
twijfel rijzen, of deze
macht en
trekken uit het beeld Gods, die er niet als er
die
onafscheidelijk
van
zijn.
Waar
die
koninklijke eere en hoogheid ontbreekt, kan van een beeld Gods geen
sprake
zijn,
Almachtige
overmits is,
die
God
zelf
heerscht
vóór
over
alle
zijner
dingen de Souvereine en
handen werk.
Slechts dan
ook de engelen naar den heelde Gods geschapen waren, indien aan hen, evenals aan' den mensch, zulk een heerschende macht als grondtrek van hun wezen ware toegekend. Dit echter is volstrekt niet het geval. Reeds in Psalm 8 was veeleer
zoudt
ge
dus
zeggen
kunnen,
dat
maar
duidelijk op de tegenstelling gewezen, dat niet aan de engelen,
aan den »zoon des menschen" de heerschappij over de schepping was opgedragen. De mensch was in andere opzichten »een weinig minder" de engelen gemaakt, maar de mensch had boven den engel dit
dan
God hem heerschen deed over de werken zijner handen. En waar de tekst van Psalm 8 misschien nog twijfel kon laten, of deze tegenstelling zoo scherp mocht worden opgevat, daar heeft de voor,
dat
apostolische
verklaring
aanzien opgeheven.
zoo
beslist
Er
mogelijk:
in
Hebr. 2
:
5
staat toch juist
»Want
Hij
—8
heeft
worpen de toekomende wereld", maar,
elke onzekerheid te dien
met beroep op Psalm 8 aan de engelen
niet
:
7,
onder-
geljjk uit het vervolg blijkt, aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's