De engelen Gods - pagina 30
26
HUT>DE BIJ ENGELENVERSCHTJNING.
den luister van
maar
heid,
zijn
Hij
voor de zaak zijns heeren. gezant
minder gelet
op
wel
hoogere
d(!
om hem
natnurlijk,
Dan zou
komt tot ons, komt niet voor
Hij
zencler.
qnaliteit.
in
En
worde of
daarom
jnist
op
niet
op eigen g-elegen-
maar
zich zelf pleiten,
is
liet
billijk,
dat
bij
lagere plaats die zijn zender inneemt.
deswege
een
persoonlijke hoedanigheden, dan
zijn
Niet
eeren, als ware hij die zender zelf.
te
ons toch juist q<vn afgezant meer zijn. Nooit is het dan menschen vertoond, dat men een gezant eerde, gelijk men den vorst zou geëerd hebben, die hem zond. Het eer1)etoon, waarmede men aan de Hoven een regeerend vorst ontvangt, staat altoos veel, veel hooger dan de hoogste eere die aan een koninklijk gezant bewePassen we dit nu op de Engelen toe, dan volgt hieruit zen wordt. nooit, en dit beweert ook de Roomsche kerk niet, dat we een Engel
ook
iiij
onder
Heeren,
des
afgezant
als
op gelijke wijze
zelven, zouden te eeren hel)ben. Dit
we
en dit geven
uit,
als
den Heere onzen God
mag nimmer. Maar
wel volgt er
voetstoots toe, dat een Engel, die van
Godswege
als
afgezant tot ons komt, met een eerbetoon behoort ontvangen, dat
in
overeenstemming
alsof
zou,
bij
is
met de majesteit van
een Engel, het voor
want
hem
Zender,
zijn
»nedervallen en aanbidden" passen
een aanbidding die alleen Gode toekomt.
dit is
kelijk bestond alleen
J>ij
Niet dus,
om
de Heidenen de gewoonte,
dit
Oorspronnederknielen
en aanbidden, ook als eerbetoon te gunnen aan menschen, in wie een 2
:
heiligheid
bijzondere
46)
Daniël,
voor
Petrus deed
maar
;
deze
was.
later
de
Nebucadnezar
gelijk
officier
(
dit
men
(Dan.
'Ornelius te Gcsarea voor
de Heilige Schrift kcnirt zulk een Goddelijke
hulde
Dat uit de Heidenwereld, in Jezus' dagen, superstitieuse gewoonte ook wel onder de Joden doorgedrongen
menschen
aan
en
vermoedde,
is
altijd
af.
niet twijfelachtig; en als
we zoo
herhaaldelijk lezen, dat deze
voor Jezus op de knieën »nedervicl en hem aanbad," moeten en we ons volstrekt niet inbeelden, alsof alle deze personen Jezus' Godheid beleden. Hiervan blijkt niets. Veeleer ware dit onverklaarbaar geweest. o'ene
En hem
al
waren
er onder de personen die voor Jezus de knie
bogen en
aanbaden, zeer zeker ook enkelen, die dit onder den indruk van Godheid deden, toch ]noet al dit nederknielen voor Jezus stellig ten deele verklaard uit de nawerking van Heidensche zeden. Wie het in dien zin deed, handelde dan wel feitelijk naar eisch van Jezus' zijn
(loddelijk
recht,
maar zonder
het
t>'
ireten
en stond
in
zooverre gelijk
die, eveneens zonder het te weten, naar waarheid het
met Gajaphas, werk van den Middelaar
verlieerlijkte, als
van een die sterven moest
voor het volk, opdat niet heel het volk verloren ging. Onze conclusie kan das geen andere zijn, dan dat wij een door God tot ons gezon-
den
hem
Eno-el
nooit
met den meesten eerbied hebben
mag
te
bejegenen,
maar dat
toegebracht gelijke hulde der aanbidding, als we Gode
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's