De engelen Gods - pagina 115
;
GEEN
hun een
dat
feit,
»
oordeel des grooten dags" vervallen
conform
engelen
goede
de
dat
aan het
daardoor
engelen
111
PElt.SOüNIJJK 1'ROCES.
den
Gods
Aville
leven,
dan
;
en het
is
leven niet kan ontzegd worden, hiermee
zedelijk
uitseniaakt.
Toch,
van
en
den
ontga u
dit
en
engel
opmerkelijk
door
zoodra
leven
zedelijk
let
ons
genoeg
duidelijk
ge
bestaat er tusschen het zedelijk leven
niet,
waarover
verschil,
maar dat toch geven,
het
in
van
den mensch een hoogst
wel niets nader geopenbaard
is,
de Heilige Schrift staat aange-
De mtnsch
op den val der engelen.
viel,
na
maar de engel viel uit zichzelf. Althans er wordt geen van buiten inkomende oorzaak van zijn val aangegeven, en overmits er buiten de menschen en de engelen geen derde soort van zedelijke wezens genoemd worden, mag, met de Schrift voor oogen, de oorzaak van de zonde der engelen niet anders dan in hun eigen natuur gezocht worden. En, wat hiermee samenhangt, wel is de mensch die viel vatbaar om verzoend en verlost te worden, maar de engel die viel vervalt daardoor vanzelf een
engel
gevallen
onherroepelijk
aan
tot
zonde verlokt en verleid
het oordeel der verdoemenis.
een zondaar, de gevallen engel
is
van
ling
zondaar
principieel
we
in
is
ep.n
duivel,
komt scherp het
duivel
;
gevallen mensch
en in deze tegenstelverschil
uit,
dat er
tusschen het zedelijk leven van den mensch en den engel
moet bestaan. dat
en
De
te zijn
de
Iets
waaraan
Heilige
nog deze opmerking
Sclirift
is
toe te voegen,
nergens een spoor ontdekken, dat de
engelen vermaand of aangedreven worden tot een opwassen in
goede
Want
heiligheid en volmaaktheid.
wel wordt niet met zoovele woorden
ontkend, dat er klimming en voortgang in hun heilig leven kan
maar
uit
dit
stilzwijgen
is
goede engelen steeds voorkomen als zuivere volmaaktheid zich aan ons oojj ontdekken. Verschil
mensch
is
kiesvrijheid
tusschen
het
zedelijk
er dus alleszins.
leven
Voor beiden
zijn,
omgekeerd de engelen, die in hemelsche
niets af te leiden
van
;
terwijl
den
engel
en van den
gelijk is de trek, dat ze
met
tusschen het zedelijk goed en het zedelijk kwaad kiezen
ook de trek, dat over het zedelijk kwaad van beiden het oordeel Gods gaat. Maar hierin zijn mensch en engel onderscheiden, dat de engel uit zich zelven boos wordt en, eens boos geworden, boos blijft en
en
onherstelbaar
kiest,
en,
verloren
eenmaal
die
is,
of ook uit zich zelven voor het goede
keuze gedaan hebbende, aan geen verleiding
meer bloot staat, maar opeens volmaakt is; terwijl omgekeerd de mensch niet dan door verleiding valt, eens gevallen nog redbaar is, en voorts zoowel in het goede als in het kwade een werkzaam proces doorloopt, dat hem op het pad der zonde steeds meer naar de hel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's