Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 274

3 minuten leestijd

DE STRIJD DER ENGELEN.

27 O

den

een

verkeerde

God,

enkel

die

in

te

is,

gereed en toegerust

is.

dan

als

om

ook van een engel, die enkel

en

is,

dat Hij voor

Worstelaar niet

vreemds in

belijden,

krachtige

volle,

vreeslijk

Geest

hieruit, dat er niets

geest

Hem, en

uitgaat, dat er geen kracht is dan uit

kracht

dat ook

ligt,

hem

mate eigen

Dit nu alzoo zijnde

bij

Geest bestaat, zoo volgt

bewustzijn, aandoening en uiting

kan

zijn,

en dat ook

ten strijde

hij

is.

Dit was de vergelijking naar boven, en nu de vergelijking met wat

beneden

mensch

planten

voeren

w. met planten en dieren. Ook de Een woekerplant klimt tegen den stam van de dennen op, en moordt de boomen tot zij sterven. Een cactus met zijn scherpe naalden dringt op alle weeke plantsoen aan, en doet het sterven. Maar bij de planten gaat deze strijd buiten alle bewustzijn om. Het is een strijd op leven en dood, maar enkel

door

stoffelijke

en engel staat,

onderling

t.

krijg.

kracht gevoerd.

In de dierenwereld daarentegen staat

het karakter van den strijd reeds hooger. Niet

bij

de zeer lage dieren,

maar wel bij de zeer liooge dieren. De leeuw en de adelaar kennen hun vijand en kiezen hun prooi. Ze weten waar hun prooi het doodelijkst te treffen is. Ze verstaan de kunst om de wapenen van tand en snavel en klauw juist te richten. En ook ze strijden niet enkel met tand en klauw, maar ook reeds met een soort geestelijk wapen, in hun fier optreden, in hun brullen en in hun krijgsgeschreeuw, waardoor ze angst aan hun prooi aanjagen en den moed in hun vijand blusschen.

Bij

vergelijking tusschen plant en dier ligt er alzoo in den

men nu weer dat dier met den mensch, dan legt het dier het geheel af. Bij den mensch is toch het stoff'elijke weer veel minder, en het geestelijke strijd

van het dier een veel hooger element. Maar vergelijkt

van veel hooger beteekenis. hij

zijn

die

verschalkt

zijn

prooi,

En nóg

garen net.

De mensch

kiest en

veel geestelijker en

zoo de mensch tegen den mensch

strijd,

maakt

wapen,

zijn

en vangt den veel krachtiger leeuAv op in

minder

stoffelijk

strijdt.

Dan toch weet

wordt

wel de lagere, de ruwe mensch alleen van schelden, razen en

tieren,

van slaan met de vuist en schoppen met den voet, maar de

fijnere,

de begaafder, de edeler mensch voert den strijd zonder op te staan

van

zijn

zetel,

woord, een vergelijking strijden

soms enkel met den

strijd

geest,

door de pen of door het

der onstoffelijke, der geestelijke gedachte.

komen we

ondenkbaar

is,

Ook

bij

deze

alzoo volstrekt niet tot de slotsom, dat geestelijk

en dat strijden alleen

kan plaats grijpen, maar, omgekeerd, dat de

met

stoffelijke

strijd al fijner,

middelen

krachtiger

en edeler wordt, naar gelang het stoffelijke wegvalt, en het geestelijke de overhand krijgt.

Eu passen we dit nu op de engelen toe, dan zijn we er immers. Gaat ge toch op die wys voort en laat ge ook dat laatste stoffelijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's