"Ons program" - pagina 436
420
OVERHEID EN STATEN -GENERAAL.
waaraan het
om
willekeur
heeft
op
te
geven;
handelen
ontleent;
en
waarvoor het gevoelens koestert van
al.
Van
recht
zijn
zus of zoo te
ontzag
en
eerbied. Maar
dit
niet
is
gerechtigheid.
Niet
„vader" krijgt een kind ook den zin voor
zijn
van een onvindbaren idealen vader, onna-
enkel
volgbaar toonbeeld van rechtschapenheden. Neen, maar ook van de „vaders",
men
gelijk
huis
de
ze gemeenlijk in het leven aantreft.
die straft. Wel
persoon,
Immers, de „vader"
ook
straft
moeder; ook de kinder-
juffrouw; ook de dienstbode. Maar het kind krijgt er van,
dat
deze
opdracht;
zijn
kind
alleen
straffen als vader er niet
en
zoover vader
door
zelf,
in
telkens te herhalen
„Goed maar, dat vader het stout
geweest,
is
moge een kind gelijk,
en
het
Bij
maar
door
recht
straf,
drang om,
als
dan
zich
zij
leert
het ook
vanzelf
eigen
rechtsherstel
„vader" roeping
we
Maar
en
recht
tegenover
Over het
zoeken.
te
dit staat vast, dat bij
de eerste gedachte
lijdt,
beseft,
het kind de natuurlijke
„vader"
bij
later.
kromme weer
het
bij
maar een verkeerde bejegening van
het eens niet misdeed,
kind, zoo dikwijls het onrecht
zijn
Zoo
zelf.
en dat er in rechtsherstelling,
is
„klikken en aanbrengen" spreken
opdat
wordt door „vader"
ligt.
anderen onderging,
goed
den grond geeft het „vader" toch
een dienstbode gaat er heel wat anders in het hart als het gekastijd
En dusdoende ontwikkelt
die
in
zelfs
erkent het, dat „vader" niet alleen straffen mocht, maar moest.
straffen
gaan,
!"
En nu
van „vader" heel hard en naar vinden; er
het kind wat strafgerechtigheid
te
naar
aan vader zeggen
zal ik eens
vader te brengen, opdat vader de zaak afdoe.
bij
dat straffen
van een kind om, dan
door
in zijn plaats,
Och ze leeren dat het
niet weet!" of door het kind feitelijk als het
morren en worstelen;
tegenin
„Dat
:
gauw den neus
heel
al
is;
bij
goedkeurt.
dit
is in
een
is,
om
make. ieder,
een
naar „vader"
En een ook
vader,
tegenover
moeder, ja zelfs tegenover zichzelven, het verongelijkte kind gelijk geeft, doet
daardoor op
vast
geloof
aan
onuitroeibare wijs in het kinderhart wortel schieten een
de
majesteit der
gerechtigheid,
de
zenuw van
alle
leven voor den Staat.
Heel anders weer „moeder." Niet dat „moeder" daarom het beeld van het zwakke, machtelooze tegen-
over
vaders
schien
de
moeder. kracht
haar
in
huis
tilt
dan
Die dat zeggen, fantaseeren, en kennen mis-
zijn.
vrouw, maar
Eer integendeel
huisje.
moeder
kracht zou
kinderlooze
vader.
is
de
Vader
is
telt
uit;
dingen
de duizend kleinigheden.
de aan kinderen rijke
den regel een veel sterkere
in
meest
Vader kent de huiselijke en
niet
stellig
moeder
de moeder bijna alleen
in
altijd in
groote trekken;
En ongemerkt komt moeder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's