Het Calvinisme - pagina 97
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
93
En zoo ook de haar eigene gave, om waarheid van leugen onderscheiden. Aan haar komt het dus toe, en niet aan de Overheid, om haar eigen kenmerken als van de ware kerk vast te stellen, dragers. te
en haar eigen belijdenis als de belijdenis der waarheid te proclameeren. Staan andere kerken daarbij tegenover haar, dan zal ze tegenover strijd met geestelijke en sociale wapenen uitmaar ze ontzegt en betwist aan wien ook, en zoo ook aan de Overheid, het recht om zich als een macht boven deze verschillende instituten op te werpen, en tusschen haar en hare neven-
deze den geestelijken
strijden,
formatiën
De Overheid
te beslissen.
draagt het zwaard, dat wondt,
zwaard des geestes, dat in geestelijke vraagstukken beslist. daarom kwamen de Calvinisten er steeds tegen op, dat aan de Overheid een patria potestas zou worden toegekend. Zeker, een vader in zijn gezin regelt ook de religie in zijn gezin. Maar toen de Overheid optrad, viel het huisgezin niet weg, maar bleef, en de niet het
Juist
Overheid ontving slechts een beperkte taak, die door de souvereiniteit in eigen kring en niet het minst door de souvereiniteit van Christus in zijn kerk, begrensd wordt. Nu zij men hierin niet te puritistisch en weigere in Europa niet met de nawerking van historische toestanden te rekenen. Het is zoo geheel iets anders of ge nieuw bouwt op vrij erf of wel verbouwen moet aan een huis dat er staat. Maar in niets kan dit den grondregel breken, de Overheid het complex van Christelijke kerken als veelvormige openbaring van de kerk van Christus op aarde heeft teeeren; dat
de souvereiniteit van Christus' kerk op het eigen terrein dezer kerken te eerbiedigen heeft; dat de kerken het weligst tieren, als de Overheid ze uit eigen kracht laat leven; en dat ze de vrijheid,
d.
i.
alzoo noch de Caesaropapie van Ruslands Czaar, noch de onderwerping van den Staat aan de kerk, die Rome leert, noch het „cuius regio eius religio" der Luthersche juristen, noch het irreligieus neutralistisch standpunt der Fransche revolutie, maar alleen het stelsel van de Vrije Kerk in den vrijen Staat op Calvinistisch standpunt mag worden geëerd. Een standpunt dat tweeërlei eisch met zich brengt, waarvan de eerste is, dat de Overheid in al wat de en waarvan religie raakt, de kerken als belanghebbenden hoore dat
;
de tweede eigen
is,
dat de Overheid in haar burgerlijke huishouding haar
weg ga en
stuk van de
een godsdienstige fractie op het op welk ander punt van burgerlijke moge, met sociale feiten inga tegen de
niet toesta dat
monogamie
of
rechtsordening het ook zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's