"Ons program" - pagina 267
251
JUSTITIE.
Men
betrokken.
late zich derhalve door het
tusschen
scheid
en publiek recht, waarmee vooral de
privaat
onder onze tegenstanders
onlangs nog
(gelijk
voor den dag komen, toch vooral niet
geen
in ernst,
zoo gereede beroep op het onder-
distinctie leent zich
in
spoedig
te
meer
uit
het veld slaan. Want,
tot tweeërlei opvatting; is
op rechtsterrein, hetgeen publiek en hetgeen privaat
minder
is,
in netelige ge-
vaneen scheidt.
vallen,
Uit dien hoofde dringen
rechtspraak
Reeds
we dan ook
„Ons Program"
van
beeld
ijlings
en daardoor tot het geven van beslissing onbekwamer, dan juist
afdoende;
wat
juristen
de schoolquaestie) zoo
ten zeerste op het verreikend denk-
om
aan,
ook een deel van de administratieve
verleggen naar de civiele kamer van den gewonen rechter.
te
ons hoofdstuk over „Decentralisatie"
in
is
op het hooge belang van
deze aanmerkelijke wijziging in onze administratieve rechtspraak gewezen,
en vergissen we ons eischt
om
zijn,
het
niet,
dan
zal
nog slechts een korte uiteenzetting ver-
uitbLck antirevolutionair karakter van dit denkbeeld
bij
doen treden.
in het licht te
Immers, zoolang men, met onze denkbeeld dat de Staat de machtsv o deel
wederopzeggens
hooren,
h
e
i
van het valsche
d representeert, en dus van oor-
de kerk en het huisgezin slechts
laat,
—
dan
is
het uiteraard ook volkomen naar be-
de Staat zelf deze onderhoorige kringen in
dat
om
dwingt
ze
1
gemeente,
de
uitgaat
en recht bezitten, als de Staat hun gunt en afstaat en hun
gezag
zooveel tot
gewest,
het
dat
is,
liberalisteu,
de wet
bedwang houdt en
zóo uit te leggen, als dit den landssouverein
altijd
Op den keper beschouwd, bepaalt de administratieve rechtspraak
gevalt.
zich dan ook tot geschillen tusschen
gemeenten en gemeenten, gewesten en
gewesten, maar kan er van rechtserlanging tegenover de Staat zelven voor
geen dezer kringen Belijdt
men én
huisgezin
Gods
uitgaan,
sprake
dus
zelf, is
zijn.
gemeente én gewest levenskringen
jure
en die derhalve der
staatseenheid
ordening, aan
van
én
kerk
en
gratie
belang
ooit
daarentegen, gelijk wij, antirevolutionairen, dit doen, dat én
een
kant
s
zijn
en
wille
ter
gezet
zijn,
die er bij
en leven en werking van zich doen
macht en
alle
is
u o
alle
recht bezitten, die niet, in het
van het hoog gezag, naar hooger
voor den souverein,
—
dan, het spreekt
een administratieve rechtspraak, waarin de Staat
partij
en rechter
eenvoudig een ongerijmdheid, en eischt het eenvoudigste
tevens
zou
begrip
van recht, dat elk gezin, maar ook elke gemeente, elk gewest en
zijn,
elke kerk, tegen machtsoverschrijding van hoogere of van de hoogste autoriteiten zich bij
den
verweren kunne, althans voor wat de wetst
onafhankelijken
Dat daarom desniettemin
oepassing betreft
rechter.
de
administratieve
rechtspraak
in
den regel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's