Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 218
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
210
„GIJ LEUT MIJ IX HET STOF DES DOODS
A\^ie (lod verlaat moet terug na:tr den verkeerde, eer zijn Grod hem riep en schiep. En daarom volgt er na ons uitblazen van den adem nog een graf, dat ons in zijn schoot ontvangt. Dan opent de aarde zich. Die stofbodem, waarboven (iods almacht ons verhief: dien we met onzen voet vertreden hebben waarover we koninklijk heerschten, maar die nu zicli wreekt, en ons opwacht
nog dieper doordringen. toestand,
waarin
hij
:
om
over ons te heersehen. graf ontbindt, verteert, verslind': u. En de ruste kan niet komen, eer het weer wierd, wat het oorspronkelijk was, nieis dan siof.
Het
Dit nu heeft ook de Messias voorgevoeld en vooruit doorleden, toen de Heilige G-eest David tot den lijdenspsalm uitdreef, en hij zong van den bittersten kruisdood, en. in zijn uitroepen ook in dien smaad van het graf verzinkend, klaagde o, Mijn (xod. Gij leqt mij in hei stof des doods/ Voor ons gaat dat bij trappen. Eerst krank dan sterven en dan het gi-af. Maar voor den blik van Messias was dat één rechtstreeks doorgaande lijn van vernedering en vernietiging /of in het f/raf. Eén opwoeling ran hef stof des doods, dat hem ver:
'
;
;
stikken zou. Stof en G-eest staan tegen elkander over. Het stof is het vormelooze, onbezielde uit de ure toen de aarde nog woest en ledig was en duisternis op den afgrond. De G-eest was toen nog niet scheppend in de stof gedrongen om haar te bezielen. De Cxeest van G-od was nog zwevende orer de wateren. Maar op G-ods bevel dook die G-eest in het stof: en zoo kwam het leven van heel de schepping er, tot het eindelijk zijn kroon
ontving in den mensch. Zoo moest dan het stof den G-eest dienen, en de Geest is geroepen om het stof te bezielen en te beheerschen. Tot er een breuke in dat geestelijk leven komt. AVant dan kentert het rad der geboorte. Het slaat om. De macht wordt aan het stof hergeven, en het gaat alles terug naar wat „woest en ledig" was. Het wordt alles weer stof. En in die schriklijke vernieling moest ook Messias in. Als Middelaar in "het eeuwig Eaadsbesluit gesteld, was het zijn lot het wel en wee van ons menschelijk geslacht te huwen. Eens de maar eerst de verderving waartoe glorie waartoe het geroepen was :
het was gedoemd. Hij zou onze natuur
aannemen
:
maar in gevallen en geknakten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's