De overheid - pagina 172
LOCUS DE MAGISTRATU.
154
geheele
het
van
terrein
menschen bewust
's
waarheid schontc God de ordinantiën voor waarheid de
onderwerping
tot
plicht
of
straf,
onderhandeling onder menschen,
aan de wetten der logica
Doordat men den
zelf.
ordinantie,
Op
is
zijn
te storen,
er ethische ordinantiën
we doen
logica. Daarbij bestaat
in
gebreke
in
blijven.
Alle
kortom
alle
schenden van logica
straft zich
onderwerping aan de logische
Voor geheel ons inwendig en uitwendig
men
voor ons denken en spreken, voor onze
;
dus voor
zullen,
al
onze gedachten, woorden,
Ordinantiën en tevens plicht tot onderwerping. Doet
dan volgt de
Misbruikt
zijn.
het gebied van
het bewustzijn van
een intellectueele consciëntie geboren.
er
voorstellingen en daden. dit niet,
we
aldien
bij
plicht gevoeld heeft tot
verbeelding en voor wat
men
Met
wetenschappelijk onderzoek zonder zich
alle
ethisch gebied geldt ditzelfde.
bestaan
Ook op
leven.
schoonheid bestaan Gods ordinantiën.
en
waariieid
B.v.
straf.
God
wil, dat
onze verbeelding
die nu door onreine voorstellingen,
rein zal
dan wordt de verbeel-
ding bezoeddd, en volgt de straf vanzelf, want de mensch wordt dan gejaagd in
zijn
bezoedelde verbeelding
nemen, die 't
zelfs
in
we
leven roept, welke
gewoonlijk
geïsoleerd,
van
in
kan
't
van
intellectueele,
worden,
hoe de
is
gewone
uit
burgerpraatjes,
vermogen en
om
weg
te
toestanden
in
de smet
alle ellendige
gezag
alles,
niet,
wat
Ze mag
niet
toch beteekent dit
den staat verstaan.
in
dezelfde souvereiniteit, die ons beheerscht èn op 't
ethische èn
op
souvereiniteit
gelukt de aesthetica
het
Gods over
onder souverein
want het
mist
overslaan
krankzinnigengestichten waarnemen.
gaat dus de souvereiniteit
Al wij
en
waanzin
't
't
sociologische leven
aesthetisch
terrein
;
ook
geldt,
't
gebied
zal duidelijk
zoo het ons
de Gereformeerde beginselen op te bouwen, opdat de alsof
het schoon iets onverschilligs ware,
weer wor-
den teruggedrongen.
Conclusie
dus, dat
is
mate en gelijken
op
elk gebied
de souvereine macht Gods
in gelijke
zin geldt.
Om nu te komen tot het souvereine begrip, gelijk we dat bij den „L o c u s de Magistratu moeten hebben, voegen we er in de eerste plaats deze nadere bepaling bij, dat het souverein gezag in dien engeren zin daar geboren wordt, waar persoon tegenover persoon komt te staan.
Wanneer
wordt daarmee
niet
of de verbeelding
waar
wij
spreken van gezag van een vader over
bedoeld,
van het kind
;
zijn,
neen, het vaderlijk gezag ontstaat eerst daar,
het kind als persoon tegenover den vader als persoon treedt, en
nu bepalingen gemaakt worden, het
zijn kind,
de vader gezag uitoefent over het denken
dat
huiselijk
leven
in
omdat de vader
iets
verband als
vader
gedaan
staat,
of gelaten
moet worden, dat met
dan kan het kind
zijn patria
wanneer
niet vrij in zijn wil
potestas over het kind uitoefent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's